Dit besluit is vervangen door het besluit van 14 mei 2004, nr. CPP2004/1013M).

Loonbelasting. Pensioen; intrekking diverse besluiten

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein Belastingen op arbeid en vermogen

Besluit van 9 april 2004, nr. CPP2004/165M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1. Inleiding

Op grond van artikel 38b van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) vervalt op 1 juni 2004 de overgangstermijn van de Wet fiscale behandeling van pensioenen (Wet van 29 april 1999, Stb. 211) voor de aanpassing van bestaande pensioenregelingen aan de nieuwe regels. Alle aanspraken uit pensioenregelingen die vanaf die datum worden genoten moeten voldoen aan de wettelijke regels van Hoofdstuk IIB en artikel 38a van de Wet LB en aan de daarop gebaseerde lagere regelgeving. In dit besluit worden enige oudere besluiten ingetrokken die betrekking hebben op het oude pensioenregime dat nog van kracht was of is voor aanspraken uit regelingen die onder het overgangsregime vielen of nog vallen.

Voorts maak ik volledigheidshalve van de gelegenheid gebruik een besluit inzake eenmalige overlijdensuitkeringen in een VUT-regeling in te trekken omdat het zijn belang heeft verloren.

De Voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de inhoud van dit besluit ook van toepassing is voor de premieheffing werknemersverzekeringen.

Voorzover de in te trekken besluiten betrekking hebben op regelingen of groepen van regelingen die in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken dan wel de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn aangewezen als pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding, geschiedt de intrekking in overeenstemming met deze Minister.

2. Vervallen besluiten

De volgende besluiten vervallen per 1 juni 2004:

1. Besluit van 25 mei 1971, nr. B71/9428, Lijst van regelingen voor oudedagsvoorziening en gezinsverzorging welke zijn aangewezen als pensioenregeling.

2. Besluit van 15 augustus 1980, nr. 279-17415, Pensioenregeling, bijzondere halve-wezenuitkering.

3. Besluit van 11 oktober 1984, nr. 284-13448, Loonbelasting en sociale verzekering. Het levensjarenbeginsel in pensioenregelingen.

4. Besluit van 15 december 1987, nr. DB87/4631, Pensioenregeling/aanvullende pensioenregeling voor commissarissen.

5. Besluit van 6 april 1993, nr. DB93/469, Toekenning van pensioenrechten aan de directeur/aandeelhouder van naamloze of besloten vennootschappen.

6. Besluit van 8 april 1994, nr. DB94/871M, Beoordeling van nieuwe, moderne pensioenregelingen.

7. Besluit van 12 september 1997, nr. DB97/1715M, Pensioenopbouw over een periodieke salarisvervangende uitkering (bijv. WAO-, WW-, VUT- of wachtgelduitkering).

8. Besluit van 13 november 1997, nr. DB97/4469M, Beoordeling pensioenregelingen.

9. Besluit van 25 januari 2002, nr. CPP2001/3728M, Verzekering ANW-hiaat.

Voorts wordt het Besluit van 16 juli 1980, nr. 280-9182, Loonbelasting en premieheffing, overlijdensuitkeringen ingevolge de regeling voor vervroegde uittreding sociale werkvoorziening, ingetrokken.

Opmerking Wim Bolderman: In het besluit wordt ten onrechte verwezen naar het besluit van 16 juli 1980, nr. 280-9182. Dit besluit is namelijk vervangen door het besluit van 16 juli 1982, nr. 282-10294. Er wordt gewerkt aan het herstellen van deze fout.