Dit besluit is vervallen met ingang van 1 juni 2004 (Besluit Intrekking diverse besluiten, besluit van 14 mei 2004, nr. CPP2004/1013M).

Overlijdensuitkeringen ingevolge de regeling vervroegde uittreding sociale werkvoorziening

Besluit van 16 juli 1982, nr. 282-10294

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1. Inleiding

Met ingang van 1 juli 1979 kunnen werknemers van 63 jaar en ouder, die werkzaam zijn in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening gebruik maken van een regeling inzake vervroegde uittreding.

Aanvankelijk had deze regeling een experimenteel karakter; thans is deze regeling neergelegd in het Besluit vrijwillige vervroegde uittreding sociale werkvoorziening (KB van 13 juli 1981, Stb. 472).

Op grond van deze regeling wordt aan de vervroegd uitgetreden werknemer een maandelijkse uitkering toegekend, welke is gerelateerd aan het maandloon bij werken.

Bij overlijden van de vervroegd uitgetreden WSW-werknemer tijdens de duur van dienst VUT-uitkering wordt aan zijn nabestaanden voor zover mogelijk in een bedrag ineens uitbetaald: de VUT-uitkering over de lopende maand (voor zover niet reeds aan de vervroegd uitgetreden werknemer uitbetaald vóór het tijdstip van dienst overlijden), alsmede over de twee maanden daarna.

2. Toepassing vrijstelling voor overlijdensuitkeringen

Mij is de vraag gesteld in hoeverre vorenbedoelde overlijdensuitkeringen kunnen worden aangemerkt als eenmalige uitkeringen ter zake van overlijden, welke op grond van het bepaalde bij artikel 12, letter f, van de Uitvoeringsbeschikking loonbelasting 1972 zijn vrijgesteld, voor zover zij niet overtreffen driemaal het loon over een maand.

3. Overeenkomstige toepassing regeling voor overlijdensuitkeringen ZW, WAO en WWV

Dienaangaande deel ik u mede, dat het gestelde in de aanschrijving van 19 november 1971, nr. B71/16498 (LB'65-134) en de daarbij als bijlage gevoegde circulaire van de Sociale Verzekeringsraad van 5 oktober 1971, nr. 19019, inzake overlijdensuitkeringen ZW, WAO en WWV, op overeenkomstige wijze kan worden toegepast met betrekking tot de onderwerpelijke overlijdensuitkeringen.

Dit besluit dient ter vervanging van het besluit van 16 juli 1980, nr. 280-9182