Dit besluit is vervangen door het besluit van 23 december 2005, nr. CPP2005/3258M.

Inkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting. Vaststelling marktrente

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein Winstbelastingen

Besluit van 5 april 2005, nr. CPP2005/356M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit vervangt het besluit van 11 maart 2004, nr. CPP2004/517M. De formulering is op enkele onderdelen aangepast. In de onderdelen 1 en 3 zijn verduidelijkingen opgenomen; in onderdeel 3 is tevens een goedkeuring opgenomen. Het oude onderdeel 3 met betrekking tot korte en gebroken boekjaren is vervallen. Een inhoudelijke wijziging is hiermee niet beoogd, omdat de toepassing bij deze boekjaren al volgt uit de berekeningsmethodiek van de marktrente. De bijlage bij het besluit is aangevuld met de gegevens inzake de marktrente voor het jaar 2004.

1. Inleiding

Dit besluit beoogt een praktisch handvat te geven voor het bepalen van de te hanteren rekenrente bij het berekenen van de contante waarde van renteloze verplichtingen. Met renteloze verplichtingen worden bedoeld verplichtingen waarin tariefafspraken geen rol spelen, bijvoorbeeld omdat in het verleden geen koopsom of premies zijn ontvangen.

Volgens de jurisprudentie dienen langlopende renteloze verplichtingen te worden gewaardeerd met inachtneming van de op de balansdatum geldende marktrente voor langlopende leningen. Gelet op de vele in de praktijk voorkomende voorwaarden waaronder leningen worden aangegaan en de vele uiteenlopende looptijden, bestaat “de” marktrente voor (al of niet langlopende) leningen echter niet. Daarom kunnen de in de bijlage van het besluit in de kolom “marktrente” opgenomen percentages worden gebruikt voor alle situaties waarin aan het einde van een boekjaar de contante waarde van renteloze verplichtingen moet worden bepaald.

2. Formule

De rente die in de bijlage onder het kopje “marktrente” is opgenomen wordt vastgesteld met inachtneming van de volgende regels.

De “marktrente” voor maanden vanaf 1 januari 2004 wordt gebaseerd op het U-rendement zoals dat maandelijks wordt gepubliceerd door het Verbond van Verzekeraars, Centrum voor Verzekeringsstatistiek. De “marktrente” voor de maanden voorafgaand aan 1 januari 2004 is vastgesteld op basis van het door het Centraal Bureau voor Statistiek gepubliceerde CBS-rendement.

De “marktrente” wordt per kalendermaand vastgesteld op het laagste van het maandelijkse U-rendement van de desbetreffende maand en van de acht voorafgaande kalendermaanden, naar beneden afgerond op één cijfer achter de komma, waarbij het in enige maand toe te passen percentage niet meer dan één punt hoger zal zijn dan het percentage van diezelfde maand in het daaraan voorafgaande jaar. Voor de waardering kan worden uitgegaan van de “marktrente” van de maand waarin het boekjaar eindigt.

3. Marktrente, waardering pensioenverplichtingen en artikel 3.29 Wet IB 2001

Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad worden pensioen- en soortgelijke verplichtingen (waaronder backservice en VUT) op de winstbepalende balans gewaardeerd tegen de geldende marktrente voor langlopende leningen ten tijde van het aangaan van de verplichting, met dien verstande dat bij een daling van de rentestand, de verplichting dienovereenkomstig hoger mag worden gewaardeerd en bij een nadien optredende stijging van de rentestand de verplichting dienovereenkomstig lager moet worden gewaardeerd, doch niet lager dan naar de rente waartegen de verplichting oorspronkelijk is gewaardeerd (zie bijvoorbeeld HR 23 januari 2004, nr. 38 029, BNB 2004/163). Dit besluit mag ook voor dergelijke verplichtingen worden gebruikt mits daarvoor geen premies of koopsommen zijn ontvangen. Dit met dien verstande, dat als de marktrente die in dit besluit wordt gegeven, lager is dan 4 percent, deze verplichtingen op grond van artikel 3.29 van de Wet IB 2001 gewaardeerd moeten worden met inachtneming van een rekenrente van ten minste 4%.

De uitsluiting van verplichtingen waarvoor premies of koopsommen zijn ontvangen, heb ik voor het eerst opgenomen in het inmiddels vervallen besluit van 4 februari 2003, CPP2003/93M. Met die aanpassing heb ik een beperking aangebracht op het gestelde in het onderdeel “marktrente” van het besluit van 20 december 2000, nr. RTB2000/2626M. De reden van die aanpassing is het volgende.

Voor overeenkomsten waarin partijen (impliciet of expliciet) op zakelijke gronden een bepaalde tariefrente zijn overeengekomen kunnen bij de bepaling van de jaarwinst slechts de wijzigingen in de marktrente die ten grondslag ligt aan vergelijkbare overeenkomsten waarbij een koopsom of premies zijn ontvangen, een rol spelen. Slechts de fluctuaties in die marktrente zijn, voorzover deze zijn toe te rekenen aan de periode na het sluiten van de overeenkomst, relevant voor de waardering van de verplichtingen. In de praktijk worden situaties geconstateerd waarin de gehanteerde tariefrente ten tijde van het sluiten van de overeenkomst hoger ligt dan het U-rendement op hetzelfde tijdstip dat ten grondslag ligt aan de “marktrente” volgens dit besluit. Om te voorkomen dat door het gebruik van de “marktrente” uit dit besluit (vrijwel onmiddellijk) na het sluiten van de overeenkomst een niet geleden verlies tot uiting wordt gebracht, kan voor de waardering van de verplichtingen uit dergelijke overeenkomsten niet zonder meer een beroep op de in dit besluit opgenomen “marktrente” worden gedaan.

Goedkeuring

In de praktijk is gebleken dat het moeilijk is de relevante marktrente voor langlopende leningen, die moet passen bij de aard en de duur van de gesloten overeenkomst, te achterhalen. Om hier een oplossing voor te bieden keur ik het volgende goed. Bij de waardering van pensioen- en soortgelijke verplichtingen wordt uitgegaan van een uit de oorspronkelijke tariefrente afgeleide, aangepaste marktrente op de balansdatum. Deze aangepaste marktrente wordt gevonden door de marktrente ingevolge dit besluit te corrigeren met het verschil tussen de overeengekomen tariefrente en het U-rendement ingevolge dit besluit van de maand waarin de overeenkomst is aangegaan. Hiermee volgt de aangepaste marktrente per balansdatum de fluctuaties van de marktrente ingevolge dit besluit. Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad mag als maximum van deze aangepaste marktrente de oorspronkelijke tariefrente worden aangehouden. Hierbij geldt uiteraard als minimum een rente van 4%.

4. Jaarlijkse aanvulling gegevens

Het ligt in mijn bedoeling jaarlijks door middel van een besluit de gegevens in de bij dit besluit behorende bijlage aan te vullen.

5. Datum inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

6. Vervallen besluit

Het besluit van 11 maart 2004, nr. CPP2004/517M is hiermee ingetrokken.

Bijlage. Overzicht CBS-rendementen, U-rendementen en marktrenten

jaar

maand

cbs-rende-ment

marktrente

jaar

maand

cbs-rende-ment

marktrente

....

.........

...........

..........

....

.........

...........

..........

1994

januari

5,43

5

1995

januari

7,53

6

 

februari

5,67

5

 

februari

7,35

6

 

maart

6,15

5

 

maart

7,14

6

 

april

6,35

5

 

april

6,87

6

 

mei

6,53

5

 

mei

6,63

6

 

juni

6,98

5

 

juni

6,54

6

 

juli

6,81

5

 

juli

6,60

6

 

augustus

7,02

5

 

augustus

6,47

6

 

september

7,37

5

 

september

6,25

6

 

oktober

7,43

5

 

oktober

6,22

6

 

november

7,40

6

 

november

5,94

5

 

december

7,44

6

 

december

5,70

5

               

1996

januari

5,45

5

1997

januari

5,21

5

 

februari

5,82

5

 

februari

5,01

5

 

maart

6,04

5

 

maart

5,23

5

 

april

5,88

5

 

april

5,34

5

 

mei

5,87

5

 

mei

5,26

5

 

juni

6,03

5

 

juni

5,20

5

 

juli

6,04

5

 

juli

5,10

5

 

augustus

5,85

5

 

augustus

5,27

5

 

september

5,67

5

 

september

5,24

5

 

oktober

5,41

5

 

oktober

5,32

5

 

november

5,36

5

 

november

5,33

5

 

december

5,36

5

 

december

5,12

5

               

1998

januari

4,88

4,8

1999

januari

3,71

3,7

 

februari

4,76

4,7

 

februari

3,84

3,7

 

maart

4,76

4,7

 

maart

4,01

3,7

 

april

4,84

4,7

 

april

3,81

3,7

 

mei

4,89

4,7

 

mei

3,92

3,7

 

juni

4,75

4,7

 

juni

4,26

3,7

 

juli

4,66

4,6

 

juli

4,58

3,7

 

augustus

4,44

4,4

 

augustus

4,83

3,7

 

september

4,16

4,1

 

september

4,98

3,7

 

oktober

4,15

4,1

 

oktober

5,28

3,8

 

november

4,17

4,1

 

november

5,04

3,8

 

december

3,91

3,9

 

december

5,12

3,8

               

2000

januari

5,46

3,9

2001

januari

4,87

4,8

 

februari

5,46

4,2

 

februari

4,88

4,8

 

maart

5,33

4,5

 

maart

4,79

4,7

 

april

5,24

4,7

 

april

4,91

4,7

 

mei

5,42

4,7

 

mei

5,09

4,7

 

juni

5,28

4,7

 

juni

5,01

4,7

 

juli

5,38

4,7

 

juli

5,00

4,7

 

augustus

5,37

4,7

 

augustus

4,81

4,7

 

september

5,40

4,7

 

september

4,72

4,7

 

oktober

5,34

4,8

 

oktober

4,51

4,5

 

november

5,30

4,8

 

november

4,36

4,3

 

december

5,02

4,8

 

december

4,62

4,3

               

2002

januari

4,75

4,3

2003

januari

3,85

3,8

 

februari

4,85

4,3

 

februari

3,67

3,6

 

maart

5,12

4,3

 

maart

3,72

3,6

 

april

5,09

4,3

 

april

3,83

3,6

 

mei

5,10

4,3

 

mei

3,51

3,5

 

juni

4,94

4,3

 

juni

3,31

3,3

 

juli

4,76

4,3

 

juli

3,64

3,3

 

augustus

4,48

4,4

 

augustus

3,87

3,3

 

september

4,23

4,2

 

september

3,87

3,3

 

oktober

4,28

4,2

 

oktober

3,93

3,3

 

november

4,23

4,2

 

november

4,06

3,3

 

december

4,04

4,0

 

december

3,97

3,3

   

U-rende-ment

marktrente

....

.........

...........

..........

2004

januari

4,06

3,3

 

februari

4,06

3,3

 

maart

3,99

3,6

 

april

3,83

3,8

 

mei

3,77

3,7

 

juni

3,80

3,7

 

juli

3,93

3,7

 

augustus

4,01

3,7

 

september

4,00

3,7

 

oktober

3,93

3,7

 

november

3,85

3,7

 

december

3,73

3,7