HANDREIKING INDEXATIE VAN PENSIOENEN (versie 18 april 2007)

Deze handreiking dient ter vervanging van het besluit ‘Pensioen; (vaste) indexatie van pensioenen’ (besluit van 21 januari 2005, nr. CPP2004/1257M). Dit besluit is in het kader van de integrale actualisering van het gepubliceerde beleid ingetrokken in het besluit van 23 maart 2007, nr. CPP2007/293M, Stcrt. nr. 65. Beleidsbesluiten bevatten zo min mogelijk onderdelen die geen beleidsregels zijn. Dergelijke informatie past beter in het voorlichtingsmateriaal, zoals dat te vinden is op de sites van de Belastingdienst.

1. Inleiding
In de praktijk bestaan vragen over diverse aspecten van indexatie van pensioenen. Hierna treft u een handreiking voor dit onderwerp aan.

Deze handreiking geldt niet voor pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden. Zie voor dit soort regelingen het besluit van 1 maart 2004, nr. CPP2003/2813M. Dit besluit wordt in de nabije toekomst ingetrokken in verband met de invoering van de Pensioenwet.

2. Na-indexatie

2.1. Definitie
Na-indexatie is te omschrijven als: het verhogen van pensioenuitkeringen na de feitelijke pensioendatum in verband met de na die datum gestegen lonen of prijzen. Indexatie kan plaatsvinden met behulp van een loonindexcijfer of een prijsindexcijfer. Een compensatie voor de stijging van de lonen of prijzen kan men ook geven door een vooraf overeengekomen vast percentage dat de loon- of prijsstijging benadert (vaste na-indexatie).

2.2. Na-indexatie bij beschikbare-premiestelsels
Het kapitaal uit een pensioenregeling die is gebaseerd op een beschikbare-premiestelsel wordt op enig moment omgezet in een aanspraak op uitkeringen in geld. Het is dan mogelijk op deze uitkeringen een na-indexatie toe te passen. De financiering van deze na-indexatie moet plaatsvinden uit het beschikbare kapitaal. Aanvullende premiestortingen zijn niet toegestaan. De pensioenuitvoerder zal daarom bij de berekening van de hoogte van de uitkering uit moeten gaan van het bij hem gebruikelijke tarief voor de te verstrekken geïndexeerde uitkering. Bij die berekening kan de rekenrente lager liggen dan 4%. Er is in dat geval geen strijd met artikel 18a, derde lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB). De daar vermelde verplichte rekenrente van 4% geldt namelijk uitsluitend bij de bepaling van de omvang van de in te leggen premies.

2.3. Vaste na-indexatie: karakter en percentage
De wettekst biedt ruimte voor een vaste na-indexatie zolang deze een redelijke benadering is van de loon- of prijsindexatie (zie artikel 18d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB). Uit een lange reeks inflatiecijfers over de jaren heen is af te leiden dat een vaste indexatie niet hoger kan zijn dan 3%. Het streven van de monetaire autoriteiten van de Europese Unie is gericht op een inflatiegemiddelde van ten hoogste 2% per jaar. Op grond van het voorgaande komt een vaste na-indexatie van meer dan 3% in strijd met artikel 18d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB.

3. Voorindexatie

3.1. Definitie en karakter
Voorindexatie is te omschrijven als: het verhogen van pensioenaanspraken vóór de feitelijke pensioendatum in verband met de vóór die datum gestegen lonen of prijzen. Voorindexatie kan – net als na-indexatie – plaatsvinden met behulp van een loonindexcijfer, een prijsindexcijfer of met een van tevoren overeengekomen vast percentage (vaste voorindexatie). Hoewel de wet uitsluitend spreekt over na-indexatie, is voorindexatie niet uitgesloten (zie de toelichting op artikel 18d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB).

3.2. Voorindexatie alleen bij middelloonaanspraken en eindloonaanspraken zonder opbouw in een bestaande dienstbetrekking
Toepassing van voorindexatie kan alleen plaatsvinden op middelloonaanspraken en op aanspraken uit eindloonregelingen. Bij eindloonregelingen kan voorindexatie alleen plaatsvinden als geen pensioenopbouw meer plaatsvindt in een bestaande dienstbetrekking. Het gaat dan bijvoorbeeld om slapersrechten of om de voortgezette opbouw over een vaststaande pensioengrondslag na ontslag. Bij opbouw in een eindloonregeling in een bestaande dienstbetrekking zorgt een verhoging van de pensioengrondslag immers automatisch voor een aanpassing van de in het verleden opgebouwde aanspraken (backservice).

In een beschikbare-premieregeling is het niet toegestaan om bij de vaststelling van de premies een voorindexatie toe te passen. Bij dergelijke regelingen dienen de beleggingsresultaten te zorgen voor voldoende compensatie voor loon- en prijsstijgingen.

3.3. Vaste voorindexatie
Voor een vaste voorindexatie geldt hetzelfde als voor een vaste na-indexatie. Zie onderdeel 2.3. Een vaste voorindexatie van meer dan 3% komt in strijd met artikel 18d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB.