Artikel 18f Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18f, onderdeel c, Wet op de loonbelasting 1964

Hoogte nabestaandenoverbruggingspensioen voor (half)wezen (Vraag & Antwoord 05-001 d.d. 290709)

Vraag

Welke uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet (ANW) kan worden gebruikt voor het berekenen van het nabestaandenoverbruggingspensioen van een (half)wees?

Antwoord

Het nabestaandenoverbruggingspensioen bedraagt 8/7 keer de uitkering van de ANW (artikel 18f Wet op de Loonbelasting 1964). Voor de hoogte van de uitkering volgens de ANW moet onderscheid worden gemaakt tussen een halfwees en een volle wees.

Halfwees
Volgens de ANW heeft een halfwees niet zelf recht op een uitkering. Dat recht komt toe aan de ouder of de persoon bij wie de halfwees tot het huishouden behoort. Wel moet in het wezenpensioen van de halfwees inbouw van de AOW-uitkering plaatsvinden (artikel 18c van de Wet op de loonbelasting 1964).

De kennisgroep vindt het daarom redelijk dat ook aan een halfwees een nabestaandenoverbruggingspensioen kan worden toegekend. Daardoor kan de AOW-inbouw (gedeeltelijk) worden gecompenseerd. Voor de hoogte van het nabestaandenoverbruggingspensioen van een halfwees kan worden aangesloten bij de halfwezenuitkering die een nabestaande volgens de ANW ontvangt, als de halfwees tot zijn huishouden behoort.

Volle wees
De hoogte van de uitkering volgens de ANW voor volle wezen is afhankelijk van de leeftijd van de wees. Voor de hoogte van het nabestaandenoverbruggingspensioen kan worden uitgegaan van de wezenuitkering die volgens de ANW maximaal voor de leeftijdscategorie geldt. Voor wezen van 21 jaar en ouder wordt aangesloten bij de uitkeringen die gelden voor de hoogste leeftijdscategorie in de ANW.

Leeftijd wees

Voor nabestaandenoverbruggingspensioen in aanmerking te nemen uitkering volgens de ANW (in procenten van de wettelijke nabestaandenuitkering)

< 10 jaar

32 procent

10 tot 16 jaar

48 procent

16 tot 30 jaar

64 procent