Deze versie van het V&A is vervangen door V&A 05-002 d.d. 16 september 2015.

Artikel 38b en artikel 18a, Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 38b en artikel 18a, vijfde lid, Wet op de loonbelasting 1964

Uitstel van de pensioendatum in een, aan de Wet VPL aangepaste, beschikbare-premieregeling en de 100%-toets (Vraag & Antwoord 05-002 d.d. 120905)

Vraag

In vraag en antwoord 17 van het besluit “Pensioen; vragen en antwoorden hoofdstuk IIB en artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964; deel 1” van 29 augustus 2003, nr. CPP2003/530M is aangegeven dat artikel 18a, vijfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van toepassing is in geval een werknemer doorwerkt na de in de regeling vastgestelde pensioendatum waarbij tijdens het uitstel sprake is van voortgezette pensioenopbouw. Dit betekent dat de pensioenopbouw dient te eindigen op het moment dat het opgebouwde pensioen (inclusief AOW) uitkomt boven 100% van het laatstgenoten pensioengevend loon. Dient de doorlopende toetsing hiervan in de periode tot 65 jaar ook nog plaats te vinden nadat de regeling is aangepast aan de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloop en de bestaande rechten gehandhaafd blijven met toepassing van artikel 38b van de Wet op de loonbelasting 1964?

Antwoord

Nee. In dat geval behoeft de doorlopende toetsing aan de 100%-grens niet meer plaats te vinden in de periode tot 65 jaar. Reden hiervoor is dat ingevolge artikel 38d, derde lid, artikel 38e, derde lid, en artikel 38f, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 een ouderdomspensioen na omzetting van vroegpensioen, overbruggingspensioen en prepensioen in ouderdomspensioen meer kan bedragen dan de in artikel 18a van de opgenomen maxima en dus ook meer dan 100% van het laatstgenoten pensioengevend loon. Op het moment dat een dergelijke omzetting heeft plaatsgevonden is het niet meer mogelijk vast te stellen of de overschrijding van de 100% is ontstaan door de verhoging van de pensioenrechten als gevolg van doorwerken, dan wel door de omzetting van vroegpensioen, overbruggingspensioen en prepensioen in ouderdomspensioen. Daarom kan ook bij de toepassing van artikel 38b van de Wet op de loonbelasting 1964 de toets aan het 100%-niveau tot de leeftijd van 65 jaar achterwege worden gelaten. Het in het genoemde besluit gegeven antwoord geldt in dat geval dus nog slechts voor uitstel na 65 jaar. Het besluit zal op dit punt worden aangepast.