Artikel 38b en artikel 18a, Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 38b en artikel 18a, vijfde lid, Wet op de loonbelasting 1964

Uitstel van de pensioendatum in een, aan de Wet VPL aangepaste, beschikbare-premieregeling en de 100%-toets (Vraag & Antwoord 05-002 d.d. 160915)

Vraag

In V&A 08-052 is aangegeven dat artikel 18a, vijfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) van toepassing is indien een werknemer doorwerkt na de in de regeling vastgestelde pensioendatum waarbij tijdens het uitstel sprake is van voortgezette pensioenopbouw. Dit betekent dat de pensioenopbouw dient te eindigen op het moment dat het opgebouwde pensioen (inclusief AOW) uitkomt boven 100% van het laatstgenoten pensioengevend loon (100%-grens). Bij voortgezette pensioenopbouw in de uitstelperiode zal men doorlopend moeten toetsen of de 100%-grens nog niet is bereikt.

Dient de doorlopende toetsing aan de 100%-grens in de periode tot 65 jaar ook nog plaats te vinden nadat de regeling is aangepast aan de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloop regeling (Wet VPL) en de bestaande rechten gehandhaafd blijven met toepassing van artikel 38b van de Wet LB?

Antwoord

Nee. Indien de vr het invoeren van de Wet VPL opgebouwde aanspraken op vroegpensioen, overbruggingspensioen en prepensioen nog niet zijn omgezet naar aanspraken op ouderdomspensioen ingaande op 65 jaar of ouder hoeft de doorlopende toetsing aan de 100%-grens in de periode tot 65 jaar niet meer plaats te vinden. Reden hiervoor is dat een ouderdomspensioen ingevolge artikel 38d, derde lid, artikel 38e, derde lid, en artikel 38f, derde lid, van de Wet LB na omzetting van vroegpensioen, overbruggingspensioen en prepensioen in ouderdomspensioen meer kan bedragen dan de in artikel 18a van de Wet LB opgenomen maxima en dus ook meer dan 100% van het laatstgenoten pensioengevend loon. Op het moment dat een dergelijke omzetting heeft plaatsgevonden is het niet meer mogelijk vast te stellen of de overschrijding van de 100%-grens is ontstaan door de verhoging van de pensioenrechten als gevolg van doorwerken, dan wel door de omzetting van vroegpensioen, overbruggingspensioen en prepensioen in ouderdomspensioen. Daarom kan ook bij de toepassing van artikel 38b van de Wet LB de toets aan de 100%-grens tot de leeftijd van 65 jaar achterwege worden gelaten. Het in V&A 08-052 gegeven antwoord geldt in dat geval dus nog slechts voor uitstel na 65 jaar.