Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, zevende lid, Wet op de loonbelasting 1964

Toepassen extra verlaagde AOW-inbouw artikel 10aa UBLB in deel pensioenregeling (Vraag & Antwoord 05-024 d.d. 010818)

Inleiding
Artikel 18a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) bepaalt dat voor het toetsen van de fiscale pensioenmaxima voor elk meetellend dienstjaar rekening gehouden moet worden met een evenredig deel van de AOW-uitkering voor een gehuwde. Indien de pensioenopbouw plaatsvindt op basis van een lager dan fiscaal maximaal pensioenopbouwpercentage, kan de in te bouwen AOW-uitkering naar evenredigheid worden verlaagd (zie Vraag & Antwoord 14-005).

Op grond van de ook in artikel 18a, zevende lid, Wet LB opgenomen delegatiebevoegdheid is in artikel 10aa van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB) een tegemoetkoming ten aanzien van de in te bouwen AOW-uitkering opgenomen. Volgens artikel 10aa UBLB is het mogelijk om voor de pensioenopbouw rekening te houden met een lagere AOW-inbouw dan het volgens de hoofdregel van artikel 18a, zevende lid, Wet LB in te bouwen evenredige deel van de AOW-uitkering voor een gehuwde. Voorwaarde is dan wel dat het gehanteerde pensioenopbouwpercentage niet hoger is dan het in artikel 10aa UBLB bij het extra verlaagde AOW-bedrag genoemde percentage. De extra verlaagde AOW-inbouw in combinatie met een lager pensioenopbouwpercentage van artikel 10aa UBLB biedt werknemers met een lager loon daarmee extra fiscale ruimte om pensioen op te bouwen.

Vraag
Is het mogelijk om de extra verlaagde AOW-inbouw in combinatie met een lager pensioenopbouwpercentage van artikel 10aa UBLB toe te passen voor een deel van de pensioenopbouw, waarbij voor een ander deel van de pensioenopbouw een hoger pensioenopbouwpercentage geldt dan dat van artikel 10aa UBLB?

Antwoord
Nee, indien voor een deel van de pensioenopbouw een pensioenopbouwpercentage geldt dat hoger is dan het in artikel 10aa UBLB vermelde percentage, wordt niet voldaan aan de in artikel 10aa UBLB gestelde voorwaarden voor het kunnen toepassen van een extra verlaagde AOW-inbouw in combinatie met een verlaagd pensioenopbouwpercentage. Beide delen van de pensioenopbouw kwalificeren als één pensioenaanspraak. Om gebruik te kunnen maken van de faciliteit van artikel 10aa UBLB moet de pensioenopbouw volledig voldoen aan de in dat artikel gestelde voorwaarden.

Wanneer de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op basis van een lager dan fiscaal maximaal pensioenopbouwpercentage, maar niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 10aa UBLB, is het op basis van het reguliere kader van hoofdstuk IIB Wet LB wel mogelijk om de in te bouwen AOW-uitkering te verlagen naar evenredigheid van het gehanteerde pensioenopbouwpercentage (zie Vraag & Antwoord 14-005)).