Artikel 39d Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2011)

Artikel 19g, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2011)

Tijdstip schriftelijke verklaring werknemer over aanwezigheid en omvang van andere levenslooptegoeden (Vraag & Antwoord 05-028 d.d. 180913)

Vraag

Geldt er een uiterste termijn voor de jaarlijkse verklaring van de werknemer over de bij een andere werkgever opgebouwde levensloopaanspraken?

Antwoord

Bij deelname aan een levensloopregeling moet de werknemer schriftelijk aan de werkgever verklaren of hij nog andere levensloopaanspraken heeft. Als dit het geval is, moet de werknemer elk jaar schriftelijk verklaren wat de omvang van die aanspraken is op 1 januari (artikel 5.1, eerste lid, onderdeel d, Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (tekst 2011)).

Er is geen voorgeschreven termijn waarbinnen deze verklaring moet zijn gedaan. Maar het is in het belang van werkgever en werknemer dat de verklaring wordt gedaan voor de eerste storting in het nieuwe jaar. Als dit niet gebeurt, bestaat de mogelijkheid dat de storting in datzelfde kalenderjaar moet worden teruggedraaid. Als op 1 januari het maximum van de levensloopregeling is bereikt, is het niet mogelijk om in dat jaar nog bedragen te storten in de levensloopregeling.