Artikel 19a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964

Voldoende reservering voor pensioentoezegging in eigen beheer (Vraag & Antwoord 05-069 d.d. 200306)

Vraag

Een pensioentoezegging wordt in eigen beheer verzekerd. Artikel 19a, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna Wet LB) vereist dat de in eigen beheer gehouden regeling dient te voldoen aan artikel 2, derde lid, Pensioen- en spaarfondsenwet (hierna PSW). Artikel 2, derde lid, PSW is uitgewerkt in de Regeling voorwaarden pensioentoezegging aan direct- en indirect grootaandeelhouders. In artikel 2, eerste lid, van die regeling wordt gesteld dat het verzekerende lichaam op zijn balans een bedrag als voorziening dient op te voeren, dat voldoende is om de uit de toezegging voortspruitende verplichtingen na te komen. Wordt aan deze voorwaarde van de Regeling voldaan als de voorziening op de commerciële balans is bepaald op basis van de fiscale balanswaarde?

Antwoord

Ja. Als de pensioenvoorziening op de commerciële balans wordt gewaardeerd op de fiscale balanswaarde zal de voorziening als een voldoende reservering voor artikel 19a van de Wet LB worden beschouwd. Er is in dat geval geen aanleiding voor de toepassing van artikel 19b Wet LB.

Toelichting

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) heeft in zijn uiting 2005-4 toegestaan dat een rechtspersoon op zijn commerciële balans een pensioenverplichting in eigen beheer mag opnemen overeenkomstig de voor de fiscale winstbepaling in aanmerking genomen voorziening. Als voorwaarde wordt hierbij door de RJ gesteld dat de rechtspersoon vermeldt dat is uitgegaan van de fiscale waardering, waarbij tevens de gehanteerde berekeningsgrondslagen en de gehanteerde rekenrente dienen te worden aangegeven.

In de Nadere Memorie van Antwoord Eerste Kamer bij het wetsvoorstel Brede Herwaardering (Kamerstuk 23 046, nummer 79D) heeft de staatssecretaris aangegeven dat er in beginsel vanuit mag worden gegaan dat wanneer de pensioenvoorziening volgens fiscale maatstaven acceptabel is, dit tevens geldt als voldoende reservering in de zin van de PSW. Het nadien ingevoerde artikel 3.29 Wet inkomstenbelasting 2001 (voorheen artikel 9b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964) en het artikel 8, zesde lid, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 brengen in dit standpunt van de staatssecretaris geen verandering.