Artikel 38b en 38e Wet op de loonbelasting 1964

Indexatie Witteveens excedent in nabestaanden- en wezenpensioen (Vraag & Antwoord 05-070 d.d. 070406)

Vraag

Als gevolg van de invoering van de "Wet fiscale behandeling van pensioenen" per 1 juni 1999 moesten bestaande pensioenregelingen uiterlijk 1 juni 2004 worden aangepast aan hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964. In geval van eindloonregelingen kon deze voorgeschreven aanpassing tot gevolg hebben dat in de pensioenopbouw een knip aangebracht moest worden. Een dergelijke situatie deed zich met name voor bij pensioenregelingen van directeuren-grootaandeelhouders. In het besluit van 26 juni 2003, nr. CPP2003/1406M is een mogelijke berekeningswijze van een dergelijke knip uitgewerkt. Met een eenmalige rekenexercitie kon op eenvoudige wijze worden berekend welke pensioenbedragen, naast de op basis van de nieuwe wetgeving te verkrijgen aanspraken, reeds waren opgebouwd en als verdiende aanspraken gerespecteerd moeten worden. Dit zijn de zogenoemde Witteveense excedent-aanspraken.

Per 1 januari 2005 is de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) in werking getreden. Met toepassing van artikel 38d, 38e en artikel 38f van de Wet op de loonbelasting 1964 kunnen de op 31 december 2005 opgebouwde aanspraken op prepensioen, ouderdomspensioen en overbruggingspensioen worden omgezet in een onder de Wet VPL toegelaten pensioen.

Mogen de bij de overgang naar de Wet fiscale behandeling van pensioenen ontstane excedent aanspraken op nabestaanden- en wezenpensioen, na aanpassing van de pensioenregeling aan de Wet VPL met ingang van 1 januari 2006, worden aangepast aan een algemene loon- of prijsindex?

Antwoord

Ja, in afwijking van het besluit van 26 juni 2003 mogen de bij de overgang naar de Wet fiscale behandeling van pensioenen ontstane excedent aanspraken op nabestaanden- en wezenpensioen, evenals dat het geval is voor de op 1 januari 2006 in een excedent-ouderdomspensioen (VPL-excedent) omgezette aanspraken op prepensioen, ouderdomspensioen en overbruggingspensioen worden aangepast aan een algemene loon- of prijsindex.