Artikel 38c Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 38c, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964

Ontgaan voorwaarden spaar-VUT door ingangsdatum VUT-regeling te verhogen zonder actuariële herrekening (Vraag & Antwoord 06-011 d.d. 130306)

Vraag

In artikel 38c, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 is overgangsrecht opgenomen voor een op 31 december 2004 bestaande VUT-regeling als bedoeld in artikel 18i wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004). Om gebruik te kunnen maken van het overgangsrecht voor VUT-regelingen ten behoeve van werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren is het noodzakelijk dat de VUT-uitkeringen actuarieel worden herrekend indien de uitkeringen later ingaan dan op de in VUT-regeling vastgestelde ingangsdatum. Deze eis van actuariële oprenting is in de Wet op de loonbelasting opgenomen naar aanleiding van het amendement van de heer Vendrik (kamerstuk 29 760, nr. 30).

Kan de vereiste actuariële oprenting worden ontgaan door de in de VUT-regeling opgenomen ingangsleeftijd van de uitkeringen te verhogen en vervolgens geen of een beperkte actuariële herrekening uit te voeren indien de VUT-uitkeringen op een eerder moment ingaan?

Antwoord

Nee, het is niet mogelijk om de vereiste actuariële oprenting te ontgaan door de in de VUT-regeling opgenomen ingangsleeftijd van de uitkeringen te verhogen ten opzichte van de op 31 december 2004 bestaande regeling en vervolgens geen of een beperkte actuariële herrekening uit te voeren indien de VUT-uitkeringen op een eerder moment ingaan. Het hiervoor bedoelde samenstel van rechtshandelingen is uitsluitend gericht op het ontgaan van doel en strekking van artikel 38c Wet op de loonbelasting 1964 (en van het daaraan ten grondslag liggende amendement) en zal daarom worden bestreden.