Artikel 18 en 19a, Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18, eerste lid, en artikel 19a, eerste en tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964

Aanpassen pensioenregeling in verband met de Pensioenwet (Vraag & Antwoord 07-003 d.d. 190407)

Vraag
Moet een vennootschap een op 31 december 2006 bestaande pensioenregeling van haar DGA aanpassen in verband met de invoering van de Pensioenwet op 1 januari 2007?

Antwoord

Situatie in 2007
In 2007 geldt voor bestaande regelingen van directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) een overgangsperiode (artikel 8 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet). Voor op 31 december 2006 bestaande pensioenregelingen van DGA’s blijft de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) gedurende het jaar 2007 nog van toepassing. De regeling behoeft dus voor dat jaar niet te worden aangepast. De DGA dient in 2007 een keuze te maken of hij met zijn pensioenregeling vanaf 1 januari 2008 al dan niet onder de Pensioenwet (PW) wenst te vallen.

Situatie met ingang van 1 januari 2008
Er zijn 2 mogelijkheden:

  1. De DGA kiest ervoor om zijn regeling met ingang van 1 januari 2008 niet onder de PW te laten vallen. In dat geval hoeft hij de pensioenregeling niet aan te (laten) passen ondanks de verwijzingen naar de PSW. Voorwaarde hierbij is dat de regeling overigens blijft voldoen aan de voorwaarden van Hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964. Aanpassing van de regeling kan dan plaatsvinden bij de eerstvolgende gelegenheid waarbij dat om andere redenen nodig is.
  2. De DGA kiest ervoor om zijn regeling met ingang van 1 januari 2008 wel onder de PW te laten vallen. In dat geval maakt de DGA gebruik van de beschermende werking van de PW en zal hij de regeling vóór 1 januari 2008 moeten (laten) aanpassen. Niet tijdige aanpassing hoeft ook in deze situatie niet per definitie tot fiscale onzuiverheid van de pensioenregeling te leiden.