Artikel 39d Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2011)

Artikel 19g, eerste en negende lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2011)

Maximale toevoeging levensloopregeling werknemer geboren in de periode van 1 januari 1950 t/m 31 december 1954 (Vraag & Antwoord 07-004 d.d. 171117)

Vraag

Een werknemer is geboren in de periode van 1 januari 1950 t/m 31 december 1954. Kan hij gebruik maken van de 12%-opbouw voor de levensloopregeling van artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2011)?

Antwoord

Ja, dat kan. Voorwaarde is dat het saldo van de levensloopregeling aan het begin van het kalenderjaar lager is dan 210% van het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon. In dat geval mag hij in het lopende kalenderjaar 12% van het loon toevoegen aan de levensloopregeling.

Hierbij is niet van belang of de werknemer in de voorgaande jaren gebruik gemaakt heeft van de verhoogde maximale opbouw in een levensloopregeling voor oudere werknemers van artikel 39d, eerste lid, onderdeel b, Wet LB juncto artikel 12.5 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (tekst 2011).