Artikel 18g Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18g, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964

Voortzetting in het buitenland van de pensioenopbouw in een Nederlandse pensioenregeling (Vraag & Antwoord 08-003 d.d. 120208)

Vraag
Welke fiscale mogelijkheden zijn er voor de voortzetting van de pensioenopbouw van een werknemer die fulltime of parttime (salarysplit) gaat werken in het buitenland?

Antwoord

1. Wettelijk kader
De wettelijke regels bieden partijen (werkgever en werknemer) de mogelijkheid om de diensttijd die is doorgebracht bij een buitenlandse concernmaatschappij in aanmerking te nemen in de Nederlandse regeling (artikel 10a, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965). Deze bepaling vormt een inbreuk op de in internationale verhoudingen geldende hoofdregel dat loonkosten (en dus ook pensioenlasten) fiscaal in aanmerking dienen te komen in het land waar de arbeid is verricht. Om deze reden bestaat geen aanleiding om de wettelijke bepaling een breder toepassingsbereik te geven dan waar de tekst daarvan toe noopt. Het artikel staat toe om als diensttijd in aanmerking te nemen Ďperioden gedurende welke de werknemer in dienstbetrekking heeft gestaan totí de concernmaatschappij. Dat betekent dat de Nederlandse werkgever de pensioenaanspraken over de diensttijd pas mag toekennen na afloop van de uitzendperiode. Dit is ook in overeenstemming met diverse passages uit de parlementaire behandeling van de Wet fiscale behandeling van pensioenen (Witteveenwetgeving). De buitenlandse werkgever of de werknemer zelf zal desgewenst een voorziening moeten treffen voor het wegvallen van de verzekering van risicoís van arbeidsongeschiktheid of overlijden tijdens de periode van uitzending.

2. Pensioenovereenkomst met buitenlandse werkgever
Het kan zijn dat partijen bovenstaande situatie wensen te vermijden. Men wil dan een volledige voortzetting van de pensioenregeling voor de werknemer bewerkstelligen als deze in het buitenland gaat werken, al dan niet als uitgezonden werknemer binnen concernverband. Dat kan als de buitenlandse werkgever of concernmaatschappij de toezegging uit de Nederlandse pensioenregeling tijdens de tewerkstelling in het buitenland geheel of gedeeltelijk (salarysplit) overneemt of voortzet. De pensioenaanspraken kunnen dan gewoon in de Nederlandse regeling en bij de Nederlandse pensioenverzekeraar opgebouwd en verzekerd blijven. De voortzetting van de regeling door de buitenlandse concernmaatschappij dient wel reŽel en materieel te zijn. Het mag niet gaan om een louter papieren kwestie. Zo moeten de integrale kosten van de voortgezette opbouw (inclusief eventuele backservicekosten) voor rekening komen van de buitenlandse werkgever of concernmaatschappij, eventueel via een doorbelasting door de Nederlandse werkgever aan de buitenlandse concernmaatschappij. Als de buitenlandse werkgever een werknemersbijdrage in de pensioenregeling inhoudt op het loon van de werknemer, mag deze bijdrage fiscaal alleen ten laste komen van zijn buitenlandse loon. Bij een salarysplit kunnen dus alleen de ingehouden werknemersbijdragen die zijn toe te rekenen aan het Nederlandse loon in aftrek komen op dat loon.