Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 08-019 d.d. 22 april 2016.

Artikel 39f Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 11 Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013)

Artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013)

Stamrechtovereenkomst - Afkoopverbod (Vraag & Antwoord 08-019 d.d. 140116)

Vraag
Moet in een stamrechtovereenkomst een afkoopverbod zijn opgenomen?

Antwoord
De Hoge Raad heeft in het arrest van 4 maart 1987, nr. 24 339, ECLI:NL:HR:1987:AW7743 beslist dat een stamrecht niet is vrijgesteld wanneer het stamrecht voorziet in andere opbrengsten dan uitsluitend periodieke uitkeringen. Dat houdt in dat de vrijstelling niet van toepassing is wanneer in de stamrechtovereenkomst een afkoopmogelijkheid is opgenomen.

Met ingang van 2014 is het fiscaal echter ook mogelijk om voorafgaand aan de uiterste ingangsdatum van het stamrecht tot (gedeeltelijke) afkoop van het stamrecht over te gaan. Dit is geregeld in artikel 39f, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB). Het is daarom fiscaal geen bezwaar wanneer een bestaande stamrechtovereenkomst gewijzigd wordt om de mogelijkheid van een geheel of gedeeltelijke afkoop van het stamrecht, voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd, daarin op te nemen.

Let op!
Met ingang van 1 januari 2014 kunnen geen nieuwe loonstamrechten meer ontstaan. Onder een loonstamrecht wordt verstaan een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel g, en 37, Wet LB zoals die op 31 december 2013 luidden, en daarmee gelijkgestelde bedragen als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, Wet LB zoals dat op 31 december 2013 luidde. Het overgangsrecht voor op 31 december 2013 bestaande loonstamrechten is opgenomen in artikel 39f Wet LB. Artikel 39f, eerste lid, Wet LB bepaalt dat voor op 31 december 2013 bestaande loonstamrechten de artikelen 10, vijfde lid, onderdelen b en c, 11, eerste lid, onderdeel g, en vierde lid, 11a, 19b, achtste lid, 32bb, zesde en achtste lid, en 37, zoals die op 31 december 2013 luidden, alsmede de daarop gebaseerde bepalingen, van toepassing blijven.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 2 van het vervallen besluit CPP2002/896M (besluit van 27 november 2002).