Artikel 18 Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18, eerste lid, onderdeel a, Wet op de loonbelasting 1964

Wijziging uitvoering pensioenregeling door pensioenuitvoerder en pensioengerechtigde na het einde van de tegenwoordige dienstbetrekking (Vraag & Antwoord 08-037 d.d. 101117)

Vraag
Bij de uitvoering van pensioenregelingen blijkt soms behoefte te bestaan bij pensioengerechtigden (de ex-werknemer of diens nabestaanden) om de wijze van uitvoering van de regeling te wijzigen. Dit gebeurt dan na het einde van de tegenwoordige dienstbetrekking in een overeenkomst met de pensioenuitvoerder. De voormalige werkgever is hier vaak niet bij betrokken. Zijn dergelijke wijzigingen uit fiscaal oogpunt toegestaan?

Antwoord
Ja, dergelijke wijzigingen in een pensioenregeling ontmoeten fiscaal geen bezwaar onder de voorwaarde dat ze niet in strijd komen met de voorwaarden en grenzen van hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) en artikel 38a Wet LB (tekst 2004). Dat is het geval indien de wijziging ook zou zijn toegestaan indien zij op hetzelfde tijdstip zou zijn overeengekomen tussen de voormalige werkgever en de pensioengerechtigde.

Voorbeelden

Voor de pensioengerechtigde ex-werknemer zelf zijn de volgende voorbeelden te noemen:

Voor de pensioengerechtigde ex-werknemer en zijn pensioengerechtigde nabestaande partner zijn de volgende wijzingen uit fiscaal oogpunt in ieder geval toegestaan:

In alle gevallen dient de herrekening plaats te vinden met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariŽle grondslagen.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 1 van het vervallen besluit CPP2003/530M (besluit van 29 augustus 2003)