Artikel 18 Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18e Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) en artikel 38a Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004)

Artikel 18, eerste lid, onderdeel a, Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18e, eerste lid, onderdeel a, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) en artikel 38a, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004)

Samenloop van een (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen met ouderdomspensioen, overbruggingspensioen of prepensioen (Vraag & Antwoord 08-039 d.d. 060716)

Vraag
Indien een pensioenregeling voorziet in een (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen kan (binnen de regeling) samenloop ontstaan met de uitkeringen van ouderdomspensioen, overbruggingspensioen of prepensioen. Moeten dergelijke regelingen voor (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen een voorziening bevatten die rekening houdt met die samenloop?

Antwoord
Ja, een regeling voor (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen moet rekening houden met een mogelijke samenloop met uitkeringen van ouderdomspensioen, overbruggingspensioen of prepensioen. Indien een pensioenregeling voorziet in een recht op een (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen, is het naar maatschappelijke opvattingen immers redelijk dat de uitkeringen uit dit pensioen op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen, overbruggingspensioen en het prepensioen worden afgestemd op de uitkeringen uit laatstgenoemde pensioenen. Indien dit niet het geval is, overschrijdt het arbeidsongeschiktheidspensioen de grens van hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht (artikel 18, eerste lid, onderdeel a, 4, van de Wet op de loonbelasting 1964). De afstemming van het (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen dient op zodanige wijze plaats te vinden dat het bruto-inkomen uit de voorzieningen ter zake van arbeidsongeschiktheid en ouderdom tezamen na de pensioendatum niet hoger is dan ervoor. Het gezamenlijke brutobedrag van de WAO- of WIA-uitkeringen, de uitkeringen uit het (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen en de uitkeringen uit het ouderdomspensioen, overbruggingspensioen of prepensioen zal derhalve na de ingangsdatum van het ouderdomspensioen, overbruggingspensioen of prepensioen niet hoger mogen zijn dan het gezamenlijke brutobedrag van de WAO- of WIA-uitkeringen en de uitkeringen uit het (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen vr die ingangsdatum. Is het gezamenlijke bedrag na de pensioendatum hoger dan ervoor dan zal het (aanvullend) arbeidsongeschiktheidspensioen moeten worden verlaagd of zelfs beindigd om de gelijkheid zo veel mogelijk te benaderen.

Zie Vraag en Antwoord 08-041 voor de samenloop van WAO- of WIA-uitkeringen met een prepensioen of met een vr de AOW-gerechtigde leeftijd ingaand ouderdomspensioen en overbruggingspensioen.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 4 van het vervallen besluit CPP2003/530M (besluit van 29 augustus 2003)