Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964

Opbouwpercentage en backservice (Vraag & Antwoord 08-040 d.d. 210616)

Vraag
De fiscaal maximale pensioenopbouwpercentages zijn in het verleden enkele keren verlaagd. Na het inwerkingtreden van deze verlagingen moesten de bestaande pensioenregelingen telkens worden aangepast. Kunnen in een eindloonregeling salarisverhogingen die plaatsvinden na zon aanpassing van de pensioenregeling, leiden tot een backservice op basis van het vr die aanpassing geldende opbouwpercentage?

Antwoord
Nee, een backservice over de jaren vr een dergelijke aanpassing van de pensioenregeling op basis van het vr die aanpassing geldende opbouwpercentage is niet mogelijk. Bepalend voor de hoogte van de backservice is het eindloon op het moment waarop de pensioenregeling wordt aangepast. Salarisverhogingen daarna kunnen slechts tegen het dan geldende maximale opbouwpercentage worden meegenomen en kunnen niet leiden tot een backservice op basis van het in eerdere jaren geldende opbouwpercentage. Dit oordeel sluit aan bij het antwoord van de Staatssecretaris van Financin op vragen van de Eerste Kamer bij de behandeling van de Wet fiscale behandeling van pensioenen (Kamerstukken I, 26 020, nr. 104b, blz. 15-16).

Voorbeeld
Een op 1 juni 1999 bestaande pensioenregeling, waarin op basis van het eindloonstelsel een ouderdomspensioen van 2,33% per dienstjaar werd opgebouwd, moest uiterlijk op 1 juni 2004 zijn gewijzigd in een regeling met een opbouwpercentage van maximaal 2% per dienstjaar (artikel 38b van de Wet op de loonbelasting 1964, tekst 2004). Na het aanpassen van de pensioenregeling per 1 juni 2004 is een backservice op basis van 2,33% over de pensioengevende diensttijd vr aanpassing niet mogelijk. Bepalend voor de hoogte van de backservice is het loon op het moment waarop de pensioenregeling wordt aangepast. Salarisverhogingen daarna konden slechts tegen een opbouwpercentage van 2% worden meegenomen en konden niet leiden tot een backservice op basis van 2,33% over de diensttijd vr 1 juni 2004.

Het voorgaande voorbeeld geldt overeenkomstig voor de verlagingen van de fiscaal maximale pensioenopbouwpercentages door de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP) per 1 januari 2014 en de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen (Wet Witteveen 2015) per 1 januari 2015.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 5 van het vervallen besluit CPP2003/530M (besluit van 29 augustus 2003)