Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 08-047 d.d. 18 november 2015.

Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, vierde en vijfde lid, Wet op de loonbelasting 1964

Ouderdomspensioen en uitstel van de in de regeling vastgestelde pensioendatum voor slapersrechten (Vraag & Antwoord 08-047 d.d. 200309)

Vraag

Als een werknemer na de in de regeling vastgestelde pensioendatum doorwerkt, mag de feitelijke ingangsdatum van de pensioenuitkeringen worden uitgesteld (zie Vraag en Antwoord 08-045 en 08-046). Daarbij moeten de voorwaarden van artikel 18a, vierde en vijfde lid, van de Wet LB in acht worden genomen. Kan bij doorwerken ook de ingangsdatum van slapersrechten uit een vorige dienstbetrekking worden uitgesteld?

Antwoord

Ja, bij doorwerken is het ook mogelijk om de ingangsdatum van slapersrechten uit een vorige dienstbetrekking uit te stellen. Van doorwerken is namelijk ook sprake indien een gewezen werknemer doorwerkt in een tegenwoordige dienstbetrekking bij een andere werkgever. Het is in dat geval dus mogelijk om de ingangsdatum van een pensioenregeling bij een vorige werkgever (slapersrechten) uit te stellen. Zie ook: Wet fiscale behandeling van pensioenen, Kamerstukken II, 26020, nr. 3, blz. 24 en nr. 6, blz. 35-36.

Bij (gedeeltelijk) doorwerken moet de verzekeraar van het uit een vorige dienstbetrekking afkomstige slapersrecht wel met enige regelmaat, maar tenminste jaarlijks toetsen of en in welke mate de werknemer doorwerkt. Bij deze toetsing volstaat een jaarlijkse verklaring van de werknemer zelf over de mate van doorwerken. Het pensioen moet ingaan bij het beŽindigen van de dienstbetrekking bij de huidige werkgever of naar rato worden verhoogd bij verlaging van de deeltijdfactor. Zie ook Vraag en Antwoord 08-045 en 08-046.

De inhoud van dit Vraag en Antwoord was eerder opgenomen in onderdeel 12 van het vervallen besluit CPP2003/530M (besluit van 29 augustus 2003)