Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, vierde en vijfde lid, Wet op de loonbelasting 1964

Ouderdomspensioen en uitstel van de in de regeling vastgestelde pensioendatum voor slapersrechten (Vraag & Antwoord 08-047 d.d. 181115)

Vraag
Als een werknemer na de in de regeling vastgestelde pensioendatum doorwerkt, mag de feitelijke ingangsdatum van de pensioenuitkeringen worden uitgesteld (zie Vraag en Antwoord 08-045 en 08-046). Daarbij moeten de voorwaarden van artikel 18a, vierde en vijfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 in acht worden genomen. Kan bij doorwerken ook de ingangsdatum van slapersrechten uit een vorige dienstbetrekking worden uitgesteld?

Antwoord
Ja, bij doorwerken is het ook mogelijk om de ingangsdatum van slapersrechten uit een vorige dienstbetrekking uit te stellen. Van doorwerken is namelijk ook sprake indien en voor zover een gewezen werknemer doorwerkt in een tegenwoordige dienstbetrekking bij een andere werkgever. Het is in dat geval dus mogelijk om de ingangsdatum van een pensioenregeling bij een vorige werkgever (slapersrechten) uit te stellen. Zie ook: Wet fiscale behandeling van pensioenen, Kamerstukken II, 26020, nr. 3, blz. 24 en nr. 6, blz. 35-36.

In onderdeel 7 van het besluit van 6 november 2015, nr. BLKB2015/830M is echter goedgekeurd dat de ingangsdatum van de uitkeringen van het ouderdomspensioen ook kan worden uitgesteld indien en voor zover na beŽindiging van de dienstbetrekking wordt doorgewerkt als ondernemer of als resultaatgenieter (de belastingplichtige die belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden geniet als bedoeld in afdeling 3.4 van de Wet IB 2001).

Bij (gedeeltelijk) doorwerken moet de verzekeraar van het uit een vorige dienstbetrekking afkomstige slapersrecht wel met enige regelmaat, maar tenminste jaarlijks toetsen of en in welke mate de pensioengerechtigde doorwerkt. Bij deze toetsing volstaat een jaarlijkse verklaring van de pensioengerechtigde zelf over de mate van doorwerken. Het pensioen moet ingaan bij het beŽindigen van de dienstbetrekking of de werkzaamheden als ondernemer of resultaatgenieter. Bij verlaging van de mate waarin wordt doorgewerkt in dienstbetrekking, als ondernemer of resultaatgenieter, moet het uit te keren gedeelte van de pensioenuitkering naar rato worden verhoogd. Zie ook Vraag en Antwoord 08-045 en 08-046.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 12 van het vervallen besluit CPP2003/530M (besluit van 29 augustus 2003)