Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, negende lid, Wet op de loonbelasting 1964

De 100%-grens van artikel 18a, negende lid, Wet op de loonbelasting 1964, voor contante uitkeringen bij ingang van het pensioen vr de in de regeling vastgestelde pensioendatum (Vraag & Antwoord 08-053 d.d. 171215)

Vraag
Een werknemer heeft een ouderdomspensioen opgebouwd op basis van beschikbare premies. Hij besluit zijn pensioen te laten ingaan vr de in de regeling vastgestelde pensioendatum. Mag daarbij de 100%-grens van artikel 18a, negende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) actuarieel gekort worden opgevat?

Antwoord
Nee, de 100%-grens van artikel 18a, negende lid, Wet LB is een absolute grens, namelijk 100% van het pensioengevend loon op het tijdstip van ingang. Deze grens geldt ook bij vervroegde ingang van een ouderdomspensioen.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 18 van het vervallen besluit CPP2003/530M (besluit van 29 augustus 2003)