Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 08-066 d.d. 14 januari 2016.

Artikel 18e (tekst 2004), en artikel 38f Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18e, tweede en derde lid, (tekst 2004), en artikel 38f, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964

Overkook overbruggingspensioen in een beschikbare-premiestelsel bij uitstel van de in de regeling vastgestelde pensioendatum (Vraag & Antwoord 08-066 d.d. 110209)

Vraag

Pensioenregelingen bevatten vaak de mogelijkheid om de ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het overbruggingspensioen uit te stellen bij doorwerken na de in de regeling vastgestelde pensioendatum. Volgens artikel 18e, tweede lid, van de Wet LB (tekst 2004) is het dan mogelijk om het opgebouwde overbruggingspensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen of partnerpensioen.

Hoe verloopt de overkookregeling van artikel 18e, tweede lid, van de Wet LB voor een op basis van beschikbare premies opgebouwd overbruggingspensioen?

Antwoord

Artikel 18e, tweede lid, van de Wet LB (tekst 2004), geeft een afwijkende regeling voor uitstel van een overbruggingspensioen. Voortgezette opbouw van het overbruggingspensioen na de in de regeling vastgestelde pensioendatum is niet mogelijk. In tegenstelling tot andere pensioensoorten bevat artikel 18e, tweede lid, van de Wet LB geen bepalingen over de voortgezette opbouw bij uitstel.

Wel is het mogelijk om de bestaande aanspraak bij uitstel van het pensioen op actuariële grondslag te herrekenen totdat de grens van 100% van de som van de maximaal toegestane AOW-compensatie en de maximaal toegestane premiecompensatie is bereikt. Ook dan hoeft het overbruggingspensioen echter nog niet in te gaan. Het overbruggingspensioen mag men in dat geval voor het meerdere boven de 100%-grens omzetten in ouderdoms- of partnerpensioen. Deze omzetting in ouderdoms- of partnerpensioen pleegt men in de praktijk wel aan te duiden als 'overkook'. Bij doorwerken tot de 65e verjaardag zal het gehele overbruggingspensioen op deze wijze overkoken naar het ouderdoms- of partnerpensioen. Voorwaarde voor een fiscaal aanvaardbare overkook is dat het ouderdoms- en partnerpensioen na de omzetting de grenzen van onderscheidenlijk 100% en 70% van het pensioengevend loon niet overschrijden. Voor het berekenen van de maximale overkook naar het ouderdoms- en partnerpensioen moet men rekening houden met de eventuele nog na de in de regeling vastgestelde pensioendatum op te bouwen rechten op ouderdoms- en partnerpensioen.

Voor een overkook van het overbruggingspensioen op basis van beschikbare premies naar het ouderdoms- of partnerpensioen komt de vraag op of men het volledige kapitaal voor het overbruggingspensioen mag gebruiken voor de overkook. Naar de letter van de wet komt alleen de overwaarde als gevolg van het uitstel voor overkook in aanmerking. Zie de zinsnede: ‘voor het overige’ in artikel 18e, tweede lid, van de Wet LB (tekst 2004). Voor zover het overbruggingspensioen een nog daarbovenuit gaande overwaarde heeft, bijvoorbeeld als gevolg van goed renderende beleggingen, moet de pensioengerechtigde over het meerdere op de feitelijke ingangsdatum van het overbruggingspensioen afrekenen. Zie de artikelen 18e, derde lid (tekst 2004), en 18a, negende lid, van de Wet LB.

Voor een op basis van beschikbare premies opgebouwd overbruggingspensioen is artikel 18a, negende lid, van de Wet LB van overeenkomstige toepassing. Dit volgt uit artikel 18e, derde lid, van de Wet LB (tekst 2004). De beoordeling van het maximum vindt plaats op de datum waarop het overbruggingspensioen en dus ook het ouderdomspensioen feitelijk ingaan. Omdat na het bereiken van de 65-jarige leeftijd geen sprake meer kan zijn van een overbruggingspensioen, moet men artikel 18a, negende lid, van de Wet LB ten laatste toe te passen op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het bereiken van die leeftijd. Het eenmalig in de heffing te betrekken bedrag mag men ook gebruiken voor de verhoging van het ouderdoms- of partnerpensioen (overkook). Voorwaarde voor een fiscaal aanvaardbare overkook is dat het ouderdoms- en partnerpensioen na de omzetting de grenzen van onderscheidenlijk 100% en 70% van het pensioengevend loon niet overschrijden.

Let op!
Met het invoeren van de Wet VPL is er een einde gekomen aan de mogelijkheden om een overbruggingspensioen op te bouwen. Op grond van artikel 38b Wet LB blijft artikel 18e (tekst 2004) Wet LB van toepassing voor eerder opgebouwde aanspraken op overbruggingspensioen. Artikel 38f, tweede lid, Wet LB bevat overgangsrecht voor oudere werknemers. Voor werknemers die zijn geboren vóór 1 januari 1950 blijven de artikelen 18, 18e en 18g van de Wet LB, zoals deze luidden op 31 december 2004, onder voorwaarden van toepassing. Alleen deze oudere werknemers die voldoen aan de voorwaarden van het overgangsrecht kunnen na het invoeren van de Wet VPL nog overbruggingspensioen opbouwen.

De inhoud van dit Vraag en Antwoord was eerder opgenomen in onderdeel 14 van het vervallen besluit CPP2003/1610M (besluit van 10 februari 2004).