Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 08-068 d.d. 1 augustus 2018.

Artikel 18f Wet op de loonbelasting 1964

Berekening van het maximale nabestaandenoverbruggingspensioen (Vraag & Antwoord 08-068 d.d. 261017)

Vraag

Wat is het maximaal toe te kennen nabestaandenoverbruggingspensioen?

Antwoord

Volgens artikel 18f van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB mag) een nabestaandenoverbruggingspensioen maximaal bestaan uit de som van:

1. Voor de partner of gewezen partner:

  1. 8/7 maal de nominale uitkering ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet (ANW), vermeerderd met de vakantie-uitkering (ANW-compensatie);
  2. het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekering over het partnerpensioen voor en na de AOW-leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (AOW) (premiecompensatie).

2. Voor volle wezen:
8/7 maal de nominale uitkering voor een kind van 16 jaar of ouder ingevolge artikel 29, tweede lid, onderdeel c, ANW, vermeerderd met de vakantie-uitkering.

3. Voor halfwezen:
50 procent van het voor volle wezen geldende maximum, bedoeld in onderdeel 2.

In de Memorie van toelichting is bij artikel 18, tweede lid, onderdeel b, Wet LB opgemerkt dat men de premiecompensatie net als bij het overbruggingspensioen zodanig mag bepalen dat ook de over die compensatie verschuldigde belasting en premie wordt gecompenseerd (brutering) (Wet fiscale behandeling van pensioenen (Wet van 29 april 1999), Stb. 211, Kamerstukken II, 26 020, nr. 3, blz. 21). Brutering is slechts mogelijk voor zover nodig om het netto inkomen uit het partnerpensioen en het nabestaandenoverbruggingspensioen vr de AOW-leeftijd op hetzelfde niveau te houden als het netto inkomen uit het partnerpensioen en de AOW-uitkering voor een ongehuwde na de AOW-leeftijd. Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd kan door de brutering dus niet hoger zijn dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd. Dit geldt ook voor de brutering van de in het overbruggingspensioen opgenomen premiecompensatie (zie Vraag & Antwoord 08-061).

De brutering van de premiecompensatie kent daarom de volgende beperkingen:

Voorbeeld nabestaandenoverbruggingspensioen voor de partner (cijfers per 1 januari 2017, bedragen in )

Ongehuwde pensioengerechtigde met 50 opbouwjaren voor de AOW

Inkomen vóór de AOW-leeftijd

Inkomen na de AOW-leeftijd

Partnerpensioen

 

20.000

 

20.000

ANW-compensatie resp. AOW-uitkering

Bij:

17.381

Bij:

14.699

Premiecompensatie over partnerpensioen (17,9% van 20.000, ongebruteerd)

Bij:

3.580

 

n.v.t.

Totaal pensioeninkomen

Totaal:

40.961

Totaal:

34.699

Inkomensheffing zonder korting

Af:

15.862

Af:

7.259

Heffingskorting

Bij:

1.249

Bij:

791

Netto

Totaal:

26.348

Totaal:

28.231

Conclusie: Nu het netto-inkomen vr de AOW-leeftijd lager is dan het netto-inkomen na de AOW-leeftijd is het mogelijk om de premiecompensatie in het overbruggingspensioen door middel van brutering te verhogen. Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd mag door de brutering niet hoger worden dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd. Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd is 1.883 lager dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd. De maximale brutering is dan 3.460. In dit bedrag zijn de effecten van de inkomensafhankelijke algemene heffingskorting verwerkt.

Na de brutering komt het voorbeeld er als volgt uit te zien:

Ongehuwde pensioengerechtigde met 50 opbouwjaren voor de AOW

Inkomen vóór de AOW-leeftijd

Inkomen na de AOW-leeftijd

Partnerpensioen

 

20.000

 

20.000

ANW-compensatie resp. AOW-uitkering

Bij:

17.381

Bij:

14.699

Premiecompensatie over partnerpensioen (17,9% van 20.000, ongebruteerd)

Bij:

3.580

 

n.v.t.

Verhoging nabestaandenoverbruggingspensioen door brutering premiecompensatie

Bij:

3.460

Bij:

0

Totaal pensioeninkomen

Totaal:

44.421

Totaal:

34.699

Inkomensheffing zonder korting

Af:

17.274

Af:

7.259

Heffingskorting

Bij:

1.084

Bij:

791

Netto

Totaal:

28.231

Totaal:

28.231

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 16 van het vervallen besluit CPP2003/1610M (besluit van 10 februari 2004).