Artikel 18f Wet op de loonbelasting 1964

Berekening van het maximale nabestaandenoverbruggingspensioen (Vraag & Antwoord 08-068 d.d. 010818)

Vraag
Wat is het maximaal toe te kennen nabestaandenoverbruggingspensioen (NOP)?

Antwoord
Volgens artikel 18f van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) mag een NOP maximaal bestaan uit de som van:

In de Memorie van toelichting is opgemerkt dat men de in het NOP voor de (gewezen) partner op te nemen premiecompensatie zodanig mag bepalen dat ook de over die compensatie verschuldigde belasting en premie voor de volksverzekeringen wordt gecompenseerd (brutering) (Wet fiscale behandeling van pensioenen (Wet van 29 april 1999), Stb. 211, Kamerstukken II, 26 020, nr. 3, blz. 21). Brutering is slechts mogelijk voor zover nodig om het netto inkomen uit het partnerpensioen en het NOP vr de AOW-leeftijd op hetzelfde niveau te houden als het netto inkomen uit het partnerpensioen en de AOW-uitkering voor een ongehuwde na de AOW-leeftijd. Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd kan door de brutering dus niet hoger zijn dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd.

De brutering van de premiecompensatie voor het NOP van een partner kent daarom de volgende beperkingen:

 

Voorbeelden NOP voor de partner (cijfers per 1 juli 2018, bedragen in )

Voorbeeld 1: volledige brutering premiecompensatie (brutering leidt niet tot hoger netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd)

Ongehuwde pensioengerechtigde met 50 opbouwjaren voor de AOW

Pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd

Pensioeninkomen na de AOW-leeftijd

Partnerpensioen

 

5.000

 

5.000

ANW-compensatie* resp. AOW-uitkering

Bij:

17.433

Bij:

15.021

Premiecompensatie over partnerpensioen (17,9% van 5.000, ongebruteerd)

Bij:

895

Bij:

n.v.t.

Totaal pensioeninkomen

Totaal:

23.328

Totaal:

20.021

Inkomensheffing zonder heffingskorting

Af:

8.663

Af:

3.733

Algemene heffingskorting

Bij:

2.116

Bij:

1.157

Ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

1.418

Alleenstaande ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

423

Netto pensioeninkomen

Totaal:

16.781

Totaal:

19.286

* Voor de ANW-uitkering is geen rekening gehouden met de tegemoetkoming ANW-ers van artikel 29a ANW en het Besluit tegemoetkoming ANW-ers. In artikel 29a, derde lid, ANW is bepaald dat de tegemoetkoming voor ANW-ers geen deel uitmaakt van de ANW-uitkering.

Conclusie: Nu het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd lager is dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd is het mogelijk om de premiecompensatie in het NOP door middel van brutering te verhogen. Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd mag door de brutering echter niet hoger worden dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd.

Ingeval van volledige brutering wordt de over de premiecompensatie en de brutering zelf verschuldigde belasting en premie volksverzekeringen voor het volle bedrag gecompenseerd. Gezien de hoogte van het pensioeninkomen in dit voorbeeld 1 is de over de premiecompensatie en de brutering verschuldigde belasting (13,2%) en premie volksverzekeringen (27,65%): 40,85% * 895 = 365,60. Omdat de brutering ook de over de brutering verschuldigde belasting en premie volksverzekeringen mag omvatten, mag dit bedrag nog vermenigvuldigd worden met de factor 100/59,15. De totale brutering bedraagt dan afgerond 618.

Na de (volledige) brutering ziet het netto pensioeninkomen in voorbeeld 1 er als volgt uit:

Ongehuwde pensioengerechtigde met 50 opbouwjaren voor de AOW

Pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd

Pensioeninkomen na de AOW-leeftijd

Partnerpensioen

 

5.000

 

5.000

ANW-compensatie* resp. AOW-uitkering

Bij:

17.433

Bij:

15.021

Premiecompensatie over partnerpensioen (17,9% van 5.000, ongebruteerd)

Bij:

895

Bij:

n.v.t.

Verhoging NOP door brutering premiecompensatie

Bij:

618

Bij:

n.v.t.

Totaal pensioeninkomen

Totaal:

23.946

Totaal:

20.021

Inkomensheffing zonder heffingskorting

Af:

8.915

Af:

3.733

Algemene heffingskorting

Bij:

2.087

Bij:

1.157

Ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

1.418

Alleenstaande ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

423

Netto pensioeninkomen

Totaal:

17.118

Totaal:

19.286

Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd is door de volledige brutering niet hoger dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd. In dit geval kan dus de volledige brutering worden toegepast.

 

Voorbeeld 2: beperkte brutering premiecompensatie (volledige brutering zou leiden tot hoger netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd)

Ongehuwde pensioengerechtigde met 50 opbouwjaren voor de AOW

Pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd

Pensioeninkomen na de AOW-leeftijd

Partnerpensioen

 

30.000

 

30.000

ANW-compensatie* resp. AOW-uitkering

Bij:

17.433

Bij:

15.021

Premiecompensatie over partnerpensioen (17,9% van 30.000, ongebruteerd)

Bij:

5.370

Bij:

n.v.t.

Totaal pensioeninkomen

Totaal:

52.803

Totaal:

45.021

Inkomensheffing zonder heffingskorting

Af:

20.703

Af:

11.440

Algemene heffingskorting

Bij:

736

Bij:

563

Ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

72

Alleenstaande ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

423

Netto pensioeninkomen

Totaal:

32.836

Totaal:

34.639

Conclusie: Nu het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd lager is dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd is het mogelijk om de premiecompensatie in het NOP door middel van brutering te verhogen. Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd mag door de brutering echter niet hoger worden dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd.

Ingeval van volledige brutering wordt de over de premiecompensatie en de brutering zelf verschuldigde belasting en premie volksverzekeringen voor het volle bedrag gecompenseerd. Gezien de hoogte van het inkomen in dit voorbeeld 2 is de over de premiecompensatie en de brutering verschuldigde belasting (40,85%) en premie volksverzekeringen (0%): 40,85% * 5.370 = 2.193,64. Omdat de brutering ook de over de brutering verschuldigde belasting en premie volksverzekeringen mag omvatten, zou dit bedrag ingeval van volledige brutering nog vermenigvuldigd mogen worden met de factor 100/59,15. De totale brutering zou dan afgerond 3.708 zijn.

Indien volledige brutering van de premiecompensatie zou worden toegepast, zou het netto pensioeninkomen van voorbeeld 2 er als volgt uitzien:

Ongehuwde pensioengerechtigde met 50 opbouwjaren voor de AOW

Pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd

Pensioeninkomen na de AOW-leeftijd

Partnerpensioen

 

30.000

 

30.000

ANW-compensatie* resp. AOW-uitkering

Bij:

17.433

Bij:

15.021

Premiecompensatie over partnerpensioen (17,9% van 30.000, ongebruteerd)

Bij:

5.370

Bij:;

n.v.t.

Verhoging NOP door brutering premiecompensatie

Bij:

3.708

Bij:

n.v.t.

Totaal pensioeninkomen

Totaal:

56.511

Totaal:

45.021

Inkomensheffing zonder heffingskorting

Af:

22.218

Af:

11.440

Algemene heffingskorting

Bij:

562

Bij:

563

Ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

72

Alleenstaande ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

423

Netto pensioeninkomen

Totaal:

34.855

Totaal:

34.639

Het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd zou door de volledige brutering van de premiecompensatie hoger worden dan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd. Omdat dit niet is toegestaan moet de brutering in de situatie van voorbeeld 2 beperkt blijven tot het niveau waarop het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd gelijk is aan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd. In dit voorbeeld mag de brutering maximaal afgerond 3.311 zijn.

Door de brutering van de premiecompensatie in dit voorbeeld 2 te beperken tot afgerond 3.311 is het netto pensioeninkomen vr de AOW-leeftijd gelijk aan het netto pensioeninkomen na de AOW-leeftijd:

Ongehuwde pensioengerechtigde met 50 opbouwjaren voor de AOW

Pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd

Pensioeninkomen na de AOW-leeftijd

Partnerpensioen

 

30.000

 

30.000

ANW-compensatie* resp. AOW-uitkering

Bij:

17.433

Bij:

15.021

Premiecompensatie over partnerpensioen (17,9% van 30.000, ongebruteerd)

Bij:

5.370

Bij:

n.v.t.

Verhoging NOP door brutering premiecompensatie

Bij:

3.311

Bij:

n.v.t.

Totaal pensioeninkomen

Totaal:

56.114

Totaal:

45.021

Inkomensheffing zonder heffingskorting

Af:

22.056

Af:

11.440

Algemene heffingskorting

Bij:

581

Bij:

563

Ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

72

Alleenstaande ouderenkorting

Bij:

n.v.t.

Bij:

423

Netto pensioeninkomen

Totaal:

34.639

Totaal:

34.639

 

Eerbiediging omvang NOP-toezeggingen o.b.v. voorbeeld in voorgaande versies V&A 08-068
In de voorgaande versies van dit V&A 08-068 was de fiscaal maximaal toe te passen brutering van de premiecompensatie in het voorbeeld minder uitgebreid uitgewerkt. Dit kan er in de praktijk toe hebben geleid dat de in het toegezegde NOP opgenomen brutering van de premiecompensatie te hoog is vastgesteld. De bij het verschijnen van deze versie van het V&A 08-068 bestaande NOP-toezeggingen die zijn gebaseerd op het voorbeeld van de voorgaande versies van V&A 08-068, zal de Belastingdienst tot en met 31 december 2018 eerbiedigen voor het toezicht op de toepassing van artikel 18f Wet LB. Uiteraard worden de op 31 december 2018 lopende uitkeringen uit deze NOP-toezeggingen eveneens geerbiedigd. Hiermee komt de Belastingdienst tegemoet aan het mogelijk door het voorbeeld in de voorgaande versies van V&A 08-068 opgewekte vertrouwen met betrekking tot de omvang van de fiscaal maximaal toelaatbare omvang van het NOP. Voor nieuwe NOP-toezeggingen en voor toezeggingen die na het verschijnen van deze versie van V&A 08-068 worden gewijzigd, geldt geen eerbiedigende werking. Ten aanzien van deze nieuwe of gewijzigde NOP-toezeggingen zal de Belastingdienst voor het toezicht op de toepassing van artikel 18f Wet LB uitgaan van de in deze versie van V&A 08-068 uiteengezette en uitgewerkte omvang van het NOP. Met ingang van 1 januari 2019 zal de Belastingdienst voor alle NOP-toezeggingen waarvan de uitkeringen nog niet zijn ingegaan voor de fiscaal maximaal toelaatbare omvang van het NOP uitgaan van de inhoud van de meest recente versie van V&A 08-068.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 16 van het vervallen besluit CPP2003/1610M (besluit van 10 februari 2004).