Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 08-071 d.d. 18 november 2015.

Artikel 18g Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18g, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964

Inkoop diensttijd buitenlandse werkgever buiten concernverband (Vraag & Antwoord 08-071 d.d. 110209)

Vraag

Een werknemer heeft vr 8 juli 1994 buiten concernverband gewerkt bij een buitenlandse werkgever. Waardeoverdracht naar zijn huidige Nederlandse werkgever vindt plaats tot een lager bedrag dan de waarde zou zijn geweest indien die dienstjaren bij de Nederlandse werkgever zouden zijn doorgebracht.

Kan de werknemer dit verschil inkopen bij de Nederlandse werkgever?

Antwoord

Nee, dit is niet mogelijk op grond van artikel 10a eerste of tweede lid van het UBLB. In artikel 10a, eerste lid, van het UBLB is het begrip diensttijd limitatief uitgewerkt. Buitenlandse diensttijd buiten concernverband wordt hierin niet genoemd. Ook artikel 10a, tweede lid, biedt geen mogelijkheid tot inkoop van het tekort. Artikel 10a tweede lid biedt de mogelijkheid dienstjaren in te kopen die vr 8 juli 1994 bij vorige inhoudingsplichtigen in dienstbetrekking zijn doorgebracht. Deze inkoop van dienstjaren is mogelijk voorzover er feitelijk, afgemeten aan de actuele pensioenregeling, een pensioentekort aanwezig is als gevolg van het ontbreken van die dienstjaren. Bij deze berekening tellen alleen als buitenlandse dienstjaren mee de dienstjaren die vr 8 juli 1994 in het buitenland bij een met de vorige inhoudingsplichtige verbonden lichaam zijn doorgebracht. Dienstjaren buiten concernverband komen dus niet in aanmerking.

De dienstjaren in het buitenland kunnen in dit geval alleen tot de waarde van het overgedragen pensioenkapitaal in aanmerking worden genomen. Zie voor een toelichting op dergelijke waardeoverdrachten onderdeel 2.3 van het Besluit van 31 januari 2008, nr. CPP2007/98M.

Artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet LB is op deze situatie niet van toepassing, aangezien de waardeoverdracht vanuit het buitenland geen overdracht is als bedoeld in de artikelen 71, 74, 75, 85 t/m 88 en 91 van de PW. Het is dus ook langs deze weg niet mogelijk in een eindloonloon-regeling rekening te houden met de werkelijk bij de buitenlandse werkgever doorgebrachte diensttijd. De door de Nederlandse pensioenuitvoerder toe te kennen pensioenrechten over de buitenlandse diensttijd zullen bij een eindloonregeling dus altijd beperkt blijven tot de fictieve dienstjaren die worden berekend op basis van het ontvangen pensioenkapitaal.

De inhoud van dit Vraag en Antwoord was eerder opgenomen in onderdeel 4 van het vervallen besluit CPP2003/2794M (besluit van 22 april 2004).