Artikel 18g Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18g, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964

Inkoop van dienstjaren indien in de vorige dienstbetrekking geen pensioen is opgebouwd; fictieve waardeoverdracht van nihil (Vraag & Antwoord 08-073 d.d. 231115)

Vraag
In artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB) worden dienstjaren ten gevolge van waardeoverdracht van pensioenkapitaal als bedoeld in de artikelen 71, 74, 75, 85 t/m 88 en 91 van de Pensioenwet naar de huidige inhoudingsplichtige of de pensioenuitvoerder van de huidige inhoudingsplichtige, aangemerkt als pensioengevende diensttijd van de huidige inhoudingsplichtige. Voorwaarde daarbij is dat deze jaren op basis van een adequate diensttijdadministratie kunnen worden vastgesteld.

Kan deze bepaling ook worden toegepast indien een feitelijke waardeoverdracht niet mogelijk is omdat in de vorige dienstbetrekking(en) geen pensioen is opgebouwd? Kan in deze situatie worden gesteld dat er fictief een waardeoverdracht heeft plaatsgevonden met een overdrachtswaarde van 0?

Antwoord
Nee. Het antwoord op beide vragen is ontkennend. Indien geen daadwerkelijke waardeoverdracht heeft plaatsgevonden, kan geen gebruik worden gemaakt van artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, UBLB. Voor een dergelijke situatie resteert slechts de mogelijkheid uit het tweede lid van artikel 10a UBLB: de inkoop over dienstjaren vr 8 juli 1994 doorgebracht bij vorige inhoudingsplichtigen indien en voor zover sprake is van een pensioentekort op basis van de huidige regeling. Voor zover het pensioengat niet binnen het kader van de pensioenregeling kan worden gerepareerd, bestaat de mogelijkheid het gemis in de lijfrentesfeer af te dekken. De daarvoor te betalen lijfrentepremies zijn slechts aftrekbaar binnen de grenzen van afdeling 3.7. van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 8 van het vervallen besluit CPP2003/2794M (besluit van 22 april 2004).