Artikel 38d Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 38a Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004)

Artikel 38d, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 38a, derde en zevende lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004)

Uitstel van de in de regeling vastgestelde prepensioendatum in een beschikbare-premiestelsel en de 100%-toets (Vraag & Antwoord 08-088 d.d. 110118)

Vraag
In prepensioenregelingen is vaak de mogelijkheid opgenomen om de ingangsdatum van het prepensioen uit te stellen indien wordt doorgewerkt na de in de regeling vastgestelde prepensioendatum. Volgens artikel 38a, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2004) kan het prepensioen dan worden verhoogd tot maximaal 100% van het pensioengevend loon.

Hoe verloopt bij een beschikbare-premieregeling de toetsing aan de 100%-grens van artikel 38a, derde lid, Wet LB (tekst 2004)?

Antwoord
Bij uitstel van de in de prepensioenregeling vastgestelde prepensioendatum mogen de opgebouwde rechten volgens artikel 38a, derde lid, Wet LB (tekst 2004) door actuariŽle herrekening worden verhoogd totdat de grens van 100% van het pensioengevend loon is bereikt. De doorlopende bewaking van de 100%-grens die hierbij moet worden uitgevoerd, is voor een beschikbare-premieregeling niet anders dan voor een regeling die is gebaseerd op een ander stelsel.

Uitstel van de ingangsdatum van het prepensioen is overigens alleen mogelijk indien en voor zover de pensioengerechtigde na de in de regeling vastgestelde prepensioendatum blijft doorwerken in dezelfde dienstbetrekking, in een tegenwoordige dienstbetrekking bij een andere werkgever, als ondernemer of als resultaatgenieter. Zie voor een nadere uitleg Vraag & Antwoord 08-086 en onderdeel 9.5 van het besluit van 24 november 2017, nr. 2017-126948.

Let op!
Met het invoeren van de Wet VPL is er een einde gekomen aan de mogelijkheden om een prepensioen op te bouwen. Artikel 38a Wet LB (tekst 2004) blijft van toepassing voor eerder opgebouwde aanspraken op prepensioen.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 8 van het vervallen besluit CPP2004/244M (besluit van 8 juli 2004).