Artikel 38a Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) en artikel 38d Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 38a, zevende lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) en artikel 38d, derde lid, Wet op de loonbelasting 1964

Ruil van prepensioen (Vraag & Antwoord 08-094 d.d. 171117)

Vraag
In artikel 38a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2004) is geregeld dat een prepensioen door de overeenkomstige toepassing van artikel 18d Wet LB niet meer kan bedragen dan 100% van het pensioengevend loon. Deze grens kan bij de ruil van ouderdoms- of partnerpensioen voor een hoger prepensioen dus niet worden overschreden.

Gelden bij de ruil van prepensioen naar ouderdoms-, partner- of wezenpensioen fiscale grenzen die niet overschreden mogen worden?

Antwoord
Nee, bij ruil van prepensioen naar een hoger ouderdoms-, partner- of wezenpensioen gelden er geen grenzen ten aanzien van de maximale omvang van die pensioenen na de ruil. Volgens artikel 38a, zevende lid, Wet LB (tekst 2004) is artikel 18d Wet LB van overeenkomstige toepassing voor aanspraken op prepensioen. Hierdoor kunnen de maxima van de artikelen 18a, 18b en 18c van de Wet LB voor ouderdoms-, partner- en wezenpensioen worden overschreden voor zover dit het volg is van de ruil van prepensioen. Voor een ouderdomspensioen bepaalt artikel 38d, derde lid, Wet LB bovendien dat de fiscale maxima overschreden mogen worden voor zover dat het gevolg is van het omzetten van een op 31 december 2005 bestaande aanspraak op prepensioen.

De ruil van prepensioen voor een hoger ouderdomspensioen kan echter niet zonder fiscale gevolgen plaatsvinden indien hiermee wordt beoogd (een deel van) het prepensioen de facto uit te stellen naar de pensioendatum van het ouderdomspensioen zonder dat in zoverre na de prepensioendatum wordt doorgewerkt. Zoals in Vraag en Antwoord 08-086 is aangegeven kan uitstel van de prepensioendatum plaatsvinden indien en voor zover wordt doorgewerkt na de prepensioendatum. Ondanks dat met ingang van 1 januari 2017 het doorwerkvereiste is vervallen voor ouderdoms- en overbruggingspensioen, is in de parlementaire behandeling van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen expliciet uitgesproken dat het doorwerkvereiste voor prepensioen nog steeds van kracht is (zie onder meer het Verslag van een schriftelijk overleg, kamerstukken 34 555, nr. 10, blz. 12). Om aan deze voorwaarde van doorwerken te ontsnappen zouden pensioengerechtigden ertoe kunnen besluiten hun prepensioen geheel of gedeeltelijk in te ruilen voor een (later ingaand) ouderdomspensioen teneinde op de prepensioendatum te stoppen met werken zonder dat het prepensioen ingaat naar de mate waarin wordt gestopt met werken. Dit is fiscaal niet aanvaardbaar. Indien zich een constructie voordoet waarin op deze kunstmatige wijze wordt beoogd het prepensioen geheel of gedeeltelijk uit te stellen zonder dat de werknemer het voornemen heeft in dezelfde mate door te werken na de prepensioendatum, zal de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat de ruil van prepensioen naar het later ingaand ouderdomspensioen in dat geval in strijd komt met de toepassing van artikel 13a, tweede lid, Wet LB. Voor zover door die ruil het prepensioen geheel of voor een meer dan bijkomstig deel op een ongebruikelijk tijdstip wordt genoten zullen dan de termijnen van dat prepensioen worden belast op de momenten waarop zij zouden zijn ontvangen als geen ruil had plaatsgevonden. Of het oogmerk om uitstel van prepensioen zonder doorwerken te bereiken zich voordoet, zal afhangen af van de feiten en omstandigheden.

Let op!
Met het invoeren van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) is er een einde gekomen aan de mogelijkheden om een prepensioen op te bouwen. Bij het invoeren van de Wet VPL is in artikel 38d Wet LB specifiek overgangsrecht opgenomen voor de eerder opgebouwde prepensioenaanspraken. Dit overgangsrecht biedt de mogelijkheid om de opgebouwde prepensioenaanspraken ineens om te zetten in een aanspraak op ouderdomspensioen. Artikel 38d, derde lid, Wet LB bepaalt dat de fiscale maxima voor een ouderdomspensioen overschreden mogen worden voor zover dat het gevolg is van het omzetten van een op 31 december 2005 bestaande prepensioenaanspraak.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 14 van het vervallen besluit CPP2004/244M (besluit van 8 juli 2004).