Artikel 11 en 11a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 11, eerste lid, onderdeel g, en 11a Wet op de loonbelasting 1964

Redelijke termijn voor onderbrengen stamrechtkapitaal of kapitaal voor stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht (Vraag & Antwoord 10-002 d.d. 281111)

Vraag

Werkgevers kennen bij ontslag vaak ontslagvergoedingen toe die bestemd zijn voor de aankoop van een stamrecht ingevolge een aanspraak op een periodieke uitkering wegens te derven loon of voor de storting op een met dat stamrecht gelijkgestelde stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht. De werknemer wordt dan een redelijke termijn gegund om zich te oriŽnteren en een besluit te nemen over het soort stamrecht, stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht en over de uitvoerder daarvan. In de praktijk blijkt behoefte te bestaan aan meer duidelijkheid over de lengte van en de voorwaarden voor die termijn en over de stalling van het geld in de tussentijd.

Wat is in dit soort situaties een redelijke termijn?

Antwoord

Hierna komt eerst de situatie aan de orde dat de werkgever meewerkt aan de totstandkoming van een stamrecht of aan de storting van de ontslagvergoeding op een stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht. Daarna wordt ingegaan op de situatie dat de werkgever geen medewerking verleent.

1. Werkgever werkt mee aan toekennen stamrecht, stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht

In de gevallen waarin de (ex-)werkgever medewerking verleent aan de totstandkoming van een stamrecht als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB of van een daarmee gelijkgesteld(e) stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht als bedoeld in artikel 11a, van de Wet LB, geldt ťťn van de volgende werkwijzen.

1.1. Eigen beheer (ex-)werkgever
De (ex-)werkgever houdt de ontslagvergoeding in eigen beheer in afwachting van de storting bij een toegelaten stamrechtverzekeraar of bij een toegelaten kredietinstelling of toegelaten beheerder van een beleggingsinstelling (de laatste twee worden hierna tezamen aangeduid als: bank). Zolang de ontslagvergoeding nog niet is gestort bij een toegelaten verzekeraar of bank blijft de (ex-)werkgever op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB inhoudingsplichtig. Dit is met name van belang voor de situatie waarin het stamrecht, de stamrechtspaarrekening of het stamrechtbeleggingsrecht niet of niet binnen de termijn (zie hierna) tot stand komt of niet (binnen de termijn) wordt gestort bij een toegelaten verzekeraar of bank. Er is dan immers sprake van een onzuivere aanspraak op een periodieke uitkering.

1.2. Geblokkeerde rekening
De (ex-)werkgever stort de ontslagvergoeding op een door de (ex-)werknemer aangehouden geblokkeerde rekening bij een toegelaten stamrechtverzekeraar of bij een toegelaten bank. Op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB wordt de bedoelde (rechts)persoon bij wie een dergelijke rekening wordt aangehouden inhoudingsplichtig. Als het stamrecht, de stamrechtspaarrekening of het stamrechtbeleggingsrecht binnen de termijn tot stand komt, zal de inhoudingsplicht gelden voor de daarop volgende perodieke uitkeringen of termijnen. Komt het stamrecht, de stamrechtspaarrekening of het stamrechtbeleggingsrecht niet of niet binnen de termijn tot stand dan moet de verzekeraar of bank op het moment van onzuiver worden van de aanspraak de verschuldigde loonheffingen afdragen over de waarde in het economische verkeer van die aanspraak.

1.3. Termijn
Volgens voor stamrechten gewezen jurisprudentie moet de (ex-)werknemer een redelijke termijn worden gegund voor het omzetten van de ontslagvergoeding in een stamrecht. Deze jurisprudentie is ook van belang voor het storten van een ontslagvergoeding op een stamrechtspaarrekening of een stamrechtbeleggingsrecht.

In alle gevallen kan een termijn van 6 maanden als redelijk worden aangemerkt. De ontslagvergoeding moet derhalve binnen 6 maanden na de toekenning zijn ingebracht in een stamrecht, een stamrechtspaarrekening of een stamrechtbeleggingsrecht, dat of die voldoet aan de wettelijke regels.

In de situatie waarin het niet mogelijk is om de ontslagvergoeding binnen de gestelde termijn van 6 maanden in te brengen in een stamrecht, een stamrechtspaarrekening of een stamrechtbeleggingsrecht, zal de (ex-)werknemer tegenover de inspecteur aannemelijk moeten maken dat in zijn geval de redelijke termijn nog niet is verstreken.

1.4. Advocaat of notaris
Bovenstaande mogelijkheden om de ontslagvergoeding tijdelijk bij de (ex-)werkgever in eigen beheer te houden of te stallen op een geblokkeerde rekening bij een verzekeraar of bank vormen een aanvulling op de al bestaande mogelijkheid om een ontslagvergoeding tijdelijk te storten op een geblokkeerde rekening van een advocaat of notaris. Dit blijkt soms echter praktische en/of juridische problemen te geven. Daarom zijn de mogelijkheden uitgebreid om een ontslagvergoeding in afwachting van de definitieve aanwending tijdelijk te stallen. Zie onderdelen
1.1. en 1.2.

2. Werkgever werkt niet mee aan toekennen stamrecht

Voor de situatie dat de (ex-)werkgever de ontslagvergoeding rechtstreeks en tegen de wil van de werknemer bij wijze van afkoopsom stort op een bankrekening van de (ex-)werknemer, eventueel onder inhouding van loonheffingen, heeft de Staatssecretaris van FinanciŽn een goedkeuring opgenomen in onderdeel 9.2 van het Besluit van 9 september 2010, nr. DGB2010/2733M, Stcrt. 2010, nr. 14304). Onder de aldaar vermelde voorwaarden kunnen (ex-)werknemers alsnog een stamrecht bedingen bij een stamrechtverzekeraar.

2.1. Stamrechtbanksparen en stamrechtbeleggen
Op grond van een redelijke wets- en besluituitleg kan de genoemde tegemoetkoming ook worden toegepast bij stamrechtbanksparen en bij stamrechtbeleggen in de zin van artikel 11a van de Wet LB. Voor de verzekeraar van het stamrecht dient dan gelezen te worden: de kredietinstelling (bank) of beheerder (beleggingsinstelling), genoemd in artikel 11a van de Wet LB.

2.2. Termijn
De termijn van 3 maanden na de datum van ontvangst van de afkoopsom uit het genoemde onderdeel 9.2 van het besluit wordt in overeenstemming met onderdeel 1 nader gesteld op 6 maanden.

Opmerking verdient nog dat op grond van de jurisprudentie alle rendementen die met de ontslagvergoeding zijn behaald tijdens een tijdelijke stalling bij een ander dan een toegelaten verzekeraar of bank behoren tot de aanspraak als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB of een daarmee gelijkgesteld(e) stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht als bedoeld in artikel 11a van de Wet LB. Deze rendementen moeten dus ook mee worden overgedragen naar de verzekeraar of de bank. Ze mogen niet apart aan de werknemer worden uitgekeerd. Ze zullen ook pas belast worden in de uitkering uit de aanspraak.