Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 10-006 d.d. 23 november 2015.

Artikel 11, 11a en 19b Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 11, eerste lid, onderdeel g, artikel 11a, eerste en tweede lid, en artikel 19b, tweede en achtste lid, Wet op de loonbelasting 1964

Omzetten aanspraak op periodieke uitkeringen ex artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB in stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht (Vraag & Antwoord 10-006 d.d. 20 december 2010)

Vraag

Bij overdracht van een aanspraak op periodieke uitkeringen ex artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB (loonstamrecht) aan een andere verzekeraar dan een verzekeraar als genoemd in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b, d, e of f, van de Wet LB wordt de aanspraak op grond van artikel 19b, tweede en achtste lid, Wet LB geacht te zijn afgekocht.

Geldt dit ook voor het omzetten van een loonstamrecht in een bij een toegelaten kredietinstelling of beheerder van een beleggingsinstelling aangehouden stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht ex artikel 11a Wet LB?

Antwoord

Nee. Uit de opname van stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten in het achtste lid van artikel 19b kan worden afgeleid dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om overdrachten tussen fiscaal toegelaten stamrechtverzekeraars en stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten te laten vallen onder de toegestane, fiscaal geruisloze overdrachten van de tweede volzin van het tweede lid van artikel 19b van de Wet LB.

Verder kan gewezen worden op de parlementaire behandeling van artikel 11a Wet LB. Daaruit blijkt dat is beoogd om zoveel mogelijk een gelijkschakeling te bewerkstelligen tussen producten als bedoeld in artikel 11a Wet LB en loonstamrechten ex artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB (Kamerstukken II 2009/10, 32128, nr. 3, blz. 39 t/m 40 en blz. 59 t/m 61). In artikel 11a, eerste lid, laatste volzin, Wet LB is daartoe het vereiste van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten 2e buiten toepassing verklaard. Een redelijke wetsuitleg brengt dan met zich mee dat ook het omzetten van een loonstamrecht in een stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht ex artikel 11a Wet LB kan plaatsvinden zonder dat daarbij een (fictieve) afkoop in aanmerking wordt genomen.