Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 10-006 d.d. 17 november 2017.

Artikel 39f Wet op de loonbelasting 1964, artikel 11 Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013), artikel 11a Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013) en artikel 19b Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013)

Artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013), artikel 11a, eerste en tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013) en artikel 19b, tweede en achtste lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013)

Omzetten aanspraak op periodieke uitkeringen ex artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet op de loonbelasting (tekst 2013) in stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht (Vraag & Antwoord 10-006 d.d. 231115)

Vraag
Bij overdracht van een aanspraak op periodieke uitkeringen ex artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2013) naar een andere verzekeraar dan een verzekeraar als genoemd in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b, d, e of f, Wet LB (tekst 2013) wordt de aanspraak op grond van artikel 19b, tweede en achtste lid, Wet LB (tekst 2013) geacht te zijn afgekocht.

Geldt dit ook voor het omzetten van een loonstamrecht in een bij een toegelaten kredietinstelling of beheerder van een beleggingsinstelling aangehouden stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht ex artikel 11a Wet LB (tekst 2013)?

Antwoord
Nee. Uit de opname van stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten in het achtste lid van artikel 19b Wet LB (tekst 2013) kan worden afgeleid dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om overdrachten tussen fiscaal toegelaten stamrechtverzekeraars en stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten te laten vallen onder de toegestane, fiscaal geruisloze overdrachten van de tweede volzin van het tweede lid van artikel 19b Wet LB (tekst 2013).

Verder kan gewezen worden op de parlementaire behandeling van artikel 11a Wet LB. Daaruit blijkt dat is beoogd om zoveel mogelijk een gelijkschakeling te bewerkstelligen tussen producten als bedoeld in artikel 11a Wet LB (tekst 2013) en loonstamrechten ex artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB (tekst 2013) (Kamerstukken II 2009/10, 32128, nr. 3, blz. 39 t/m 40 en blz. 59 t/m 61). In artikel 11a, eerste lid, laatste volzin, Wet LB (tekst 2013) is daartoe het vereiste van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten 2e, Wet LB (tekst 2013) buiten toepassing verklaard. Een redelijke wetsuitleg brengt dan met zich mee dat ook het omzetten van een loonstamrecht in een stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht ex artikel 11a Wet LB (tekst 2013) kan plaatsvinden zonder dat daarbij een (fictieve) afkoop in aanmerking wordt genomen.

Let op
Met ingang van 1 januari 2014 kunnen geen nieuwe loonstamrechten meer ontstaan. Onder een loonstamrecht wordt verstaan een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel g, en 37 Wet LB zoals die op 31 december 2013 luidden, en daarmee gelijkgestelde bedragen als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, Wet LB zoals dat op 31 december 2013 luidde. Het overgangsrecht voor op 31 december 2013 bestaande loonstamrechten is opgenomen in artikel 39f van de Wet LB. Artikel 39f, eerste lid, Wet LB bepaalt dat voor op 31 december 2013 bestaande loonstamrechten de artikelen 10, vijfde lid, onderdelen b en c, 11, eerste lid, onderdeel g, en vierde lid, 11a, 19b, achtste lid, 32bb, zesde en achtste lid, en 37 Wet LB, zoals die op 31 december 2013 luidden, alsmede de daarop gebaseerde bepalingen, van toepassing blijven. Artikel 39f, tweede lid, Wet LB (tekst 2015) maakt het (in afwijking van het eerste lid ) mogelijk het stamrechtvermogen in gedeelten op te nemen. Deze gedeeltelijke opname van het stamrechtvermogen is toegestaan tot aan het moment waarop de stamrechttermijnen uiterlijk in moeten gaan. Daarna dient het stamrecht in termijnen in te gaan.