Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 19b Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2016)

Artikel 18a, vierde en vijfde lid, Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2016)

Prijsgeven van pensioenaanspraken door het niet actuarieel herrekenen (oprenten) van de pensioenaanspraak bij uitstel van de eerder overeengekomen pensioendatum (Vraag & Antwoord 11-027 d.d. 101117)

Vraag
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) heeft een pensioenregeling met een overeengekomen pensioeningangsdatum van 67 jaar. Zijn BV houdt het pensioen in eigen beheer. De DGA besluit de ingangsdatum van het pensioen uit te stellen tot het bereiken van de 68-jarige leeftijd. Zijn pensioenrechten worden gehandhaafd op het bedrag van de uitkering per jaar dat hij heeft opgebouwd op 67 jaar. Hij doet dus afstand van de rechten die betrekking hebben op de periode van 67 tot 68 jaar. De pensioenaanspraken zijn normaal voor verwezenlijking vatbaar.

Kan dit zonder fiscale gevolgen?

Antwoord
Nee. De DGA geeft een deel van zijn pensioenrechten prijs, te weten het deel van de aanspraak dat betrekking heeft op de pensioenuitkeringen tussen 67 en 68 jaar. Artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2016) is van toepassing. De gehele pensioenaanspraak is belastbaar naar de waarde in het economische verkeer op het moment van prijsgeven.

Toelichting:
Deze wetsuitleg is in overeenstemming met de artikelsgewijze toelichting op artikel 18a, vierde lid, onder 3ļ, Wet LB bij de invoering van de Wet fiscale behandeling van pensioenen (MvT, Kamerstukken II 1998/99, 26 020, nr. 3, blz. 24). Uit deze toelichting volgt dat het bevriezen van een pensioen op hetzelfde bedrag bij uitstel van de pensioendatum betekent dat pensioenrechten worden prijsgegeven. Hiermee is de staatssecretaris van Financiën teruggekomen op het standpunt dat hij innam bij de behandeling van de wetgeving inzake Brede Herwaardering II (MvA, Kamerstukken I 1994/95, 23 046, nr. 79b, blz. 1-2).

Door de werking van artikel 39f Wet LB en artikel 19b, achtste lid, Wet LB (tekst 2013) is bovenstaande uitleg eveneens van toepassing bij uitstel van de overeengekomen ingangsdatum van een stamrecht zonder actuariŽle herrekening tot (uiterlijk) het jaar waarin de (gewezen) werknemer de AOW-leeftijd bereikt.