Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 11-028 d.d. 17 december 2015.

Artikel 18 Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18, eerste lid, onderdeel a, ten 2e, Wet op de loonbelasting 1964

Fiscaal partnerbegrip en pensioen (Vraag & Antwoord 11-028 d.d. 270911)

Vraag

Inleiding
Tot 1 januari 2011 kon men als ongetrouwd samenwonende kiezen voor fiscaal partnerschap. Vanaf 2011 is men (verplicht) fiscaal partner als wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Het partnerschap volgt uit de voorwaarden van artikel 1.2, Wet IB 2001, en is geen keuze meer.

Situatie vanaf 2011:

Als twee mensen elkaar over en weer aanwijzen voor het partnerpensioen in de pensioenregeling, volgt daaruit een verplicht fiscaal partnerschap. Echter, vaak is er sprake van een collectieve pensioenregeling met onbepaald partnerpensioen. Of is er maar één partner die een partnerpensioen in de regeling heeft en de ander niet.

Vragen

  1. Is fiscaal partnerschap verplicht bij een collectieve pensioenregeling met onbepaalde partner (partner is aangemeld bij de werkgever, maar deze hoeft dat niet aan de pensioenuitvoerder te melden)?
  2. Als er in één pensioenregeling sprake is van partnerpensioen met bekende partner en in de andere regeling niet, is er dan toch sprake van verplicht fiscaal partnerschap?

Antwoord

  1. Het nieuwe partnerbegrip is per 1 januari 2011 ingevoerd om hiermee vereenvoudiging en harmonisatie te bereiken van het fiscale partnerbegrip. Uitgangspunt is dat het nieuwe partnerbegrip bepaalbaar moet zijn op basis van objectief toetsbare criteria. In een pensioenregeling is het partnerschap pas objectief toetsbaar als deze partner bij de pensioenuitvoerder is geregistreerd als partner in de zin van de pensioenregeling.

    Ingeval van een pensioentoezegging met een onbepaald partnerpensioen is de partner doorgaans niet bij de pensioenuitvoerder bekend. Een onbepaald partnerpensioen is daarom niet voldoende om te kwalificeren als fiscaal partner. Een onbepaald partnerpensioen kwalificeert pas voor partnerschap vanaf het moment dat de partner zich met NAW-gegevens meldt en bij de pensioenuitvoerder als partner staat geregistreerd. Pas vanaf dat moment is de partner objectief toetsbaar als partner.

  2. Als er ten aanzien van één van de partners wordt voldaan aan de voorwaarde dat de partner staat geregistreerd als partner in de zin van de pensioenregeling, dan is wederzijds sprake van fiscaal partnerschap.