Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 11-031 d.d. 17 december 2015.

Artikel 18d Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18d, eerste lid, onderdeel b en derde lid, Wet op de loonbelasting 1964

Nihilpensioen door variabilisering vr 65 jaar (Vraag & Antwoord 11-031 d.d. 281111)

Vraag

Een ouderdomspensioen gaat vervroegd in, dat wil zeggen vr de 65-jarige leeftijd. Men wenst het gemis aan AOW maximaal te compenseren. Gevolg daarvan is dat het pensioen na 65 jaar nihil wordt. Bestaan hier fiscale bezwaren tegen?

Antwoord

Nee, dit is fiscaal geen probleem.

In artikel 18d, eerste lid, onderdeel b, Wet LB is aangegeven dat het pensioen meer mag bedragen dan 100% van het pensioengevend loon ingeval van variatie in de hoogte van de uitkeringen. In deze situatie mag de laagste uitkering niet minder bedragen dan 75% van de hoogste uitkering. Deze variatie moet op zijn laatst zijn vastgesteld op de pensioeningangsdatum. Het derde lid van artikel 18d, Wet LB geeft hierop een aanvulling voor de periode tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd. In die periode mag bij de berekening van de variatie in de uitkeringen volgens het eerste lid buiten aanmerking blijven het gedeelte van de uitkering dat overeenkomt met tweemaal de AOW-uitkering voor gehuwde personen.

Bij bescheiden pensioenen kan het bovenstaande tot gevolg hebben dat de gehele waarde van het pensioen is verbruikt vr de 65-jarige leeftijd. Dat is een voorzien en bedoeld gevolg van de wettelijke bepalingen.