Artikel 39f Wet op de loonbelasting 1964

Afkoopwaarde loonstamrecht eigen beheer (Vraag & Antwoord 14-001 d.d. 290114)

Vraag
Op grond van het per 1 januari 2014 ingevoerde artikel 39f Wet LB is het mogelijk om een loonstamrecht zonder fiscale sancties af te kopen. Onder een loonstamrecht wordt verstaan een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel g, en 37, Wet LB zoals die op 31 december 2013 luidden, en daarmee gelijkgestelde bedragen als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, Wet LB zoals dat op 31 december 2013 luidde.

Wat is de afkoopwaarde van een bij een ‘eigen’ vennootschap (eigen beheer) verzekerd loonstamrecht voor een afkoop op grond van artikel 39f Wet LB?

Antwoord
De afkoopwaarde van een loonstamrecht is afhankelijk van de aard en vorm van het loonstamrecht. Zo moet onder meer onderscheid worden gemaakt tussen ‘gerichte stamrechten’ en ‘zuivere stamrechten’. Onder een gericht stamrecht wordt verstaan een stamrechtovereenkomst waar op het leven van een of meer met name genoemde personen een periodieke (stamrecht-)uitkering is verzekerd, maar waarbij de omvang van de stamrechtuitkeringen nog niet vaststaat. De omvang van de uiteindelijk te ontvangen stamrechtuitkeringen wordt op de ingangsdatum van de uitkeringen vastgesteld aan de hand van de in de stamrechtovereenkomst bepaalde som en de dan geldende verzekeringstarieven voor een periodieke uitkering. Bij een zuiver stamrecht staat de ingangsdatum en de omvang van de te ontvangen periodieke stamrechtuitkeringen al wel vast. Vanaf de ingangsdatum van de stamrechtuitkeringen is er altijd sprake van een zuiver stamrecht. De omvang van de stamrechtuitkeringen moet immers uiterlijk op de ingangsdatum zijn vastgesteld.

Ingeval van een tussen onafhankelijke derden gesloten stamrechtovereenkomst zal de verzekeraar niet bereid zijn om ter zake van de afkoop een hoger bedrag uit te keren dan de reservewaarde, eventueel vermeerderd met de teveel in rekening gebrachte (doorlopende) kosten en verminderd met de nog niet in rekening gebrachte kosten en de royementskosten. De reservewaarde is gelijk aan de tegen de oorspronkelijke tariefgrondslagen actuarieel opgerente netto koopsom van het loonstamrecht. De netto koopsom is de gestorte bruto koopsom na aftrek van de kosten- en winstopslagen van de verzekeraar. De verzekeraar zal wel gemaakte, maar nog niet doorberekende kosten alsnog op de afkoopwaarde in mindering brengen. Wel in rekening gebrachte, maar nog niet daadwerkelijk door de verzekeraar gemaakte (doorlopende) kosten zullen aan de afkoopwaarde worden toegevoegd. De royementskosten zijn de kosten van de verzekeraar die direct met de afkoop te maken hebben (bijvoorbeeld de kosten voor het eerder vrijmaken van de beleggingen voor de stamrechtovereenkomst in verband met de voortijdige afkoop). De verzekeraar zal deze royementskosten voor het bepalen van de afkoopwaarde in mindering brengen op de reservewaarde.

Zoals opgemerkt tijdens de parlementaire behandeling van het Belastingplan 2014 is het daadwerkelijk in de vennootschap aanwezige vermogen niet relevant voor het ter zake van de afkoop van het loonstamrecht in de belastingheffing te betrekken bedrag (Belastingplan 2014, Nota naar aanleiding van het verslag, kamerstukken 33752 nr. 11, blz. 95). Belastingheffing vindt plaats over de afkoopwaarde van de stamrechtaanspraak.

Indien de vennootschap de afkoopwaarde van het in eigen beheer verzekerde loonstamrecht hoger vaststelt dan het geval zou zijn bij een overigens vergelijkbare transactie tussen onafhankelijke derden, kan sprake zijn van onzakelijk handelen en/of een aandeelhoudersbevoordeling. Dit kan gevolgen hebben voor het bedrag dat in verband met de afkoop van het loonstamrecht ten laste van het resultaat van de vennootschap kan worden gebracht of het bedrag en de wijze waarop de uitgekeerde afkoopsom bij de verzekeringnemer/directeur-grootaandeelhouder in de heffing van de inkomstenbelasting wordt betrokken.

Afkoopwaarde gericht loonstamrecht
Bij de in de praktijk meest voorkomende vorm van een gericht loonstamrecht wordt de na aftrek van de kosten- en winstopslagen van de verzekeraar resterende netto koopsom jaarlijks verhoogd met een rentepercentage. Er kan zowel sprake zijn van een vooraf afgesproken vast als van een variabel rentepercentage. De reservewaarde van een dergelijk gericht stamrecht met een periodiek bij te schrijven rente is gelijk aan het bedrag van het opgerente stamrechtkapitaal op het moment van afkoop. Door de reservewaarde te vermeerderen met de teveel in rekening gebrachte (doorlopende) kosten en te verminderen met de nog niet in rekening gebrachte kosten en de royementskosten kan de afkoopwaarde worden bepaald.

Bij een gericht stamrecht kan in de uitstelperiode ook sprake zijn van fractie- of beleggingsverzekeringen waarbij de waardeontwikkeling van de gestorte netto koopsom afhankelijk is van de waarde van de gekoppelde beleggingen. De reservewaarde van een dergelijk gericht stamrecht is gelijk aan de verkoopwaarde van de beleggingen op het afkoopmoment. Ook hier kan de afkoopwaarde worden vastgesteld door de reservewaarde te vermeerderen met de teveel in rekening gebrachte (doorlopende) kosten en te verminderen met de nog niet in rekening gebrachte kosten en de royementskosten.

Afkoopwaarde zuiver loonstamrecht
Bij een zuiver loonstamrecht staat de ingangsdatum en de omvang van de te ontvangen periodieke stamrechtuitkeringen vast. Een onafhankelijke verzekeraar zal niet bereid zijn om een na het sluiten van de stamrechtovereenkomst opgetreden verzwaring van de rekengrondslagen (bijvoorbeeld een toename van de levensverwachting of een daling van de rentestand) door te berekenen in de afkoopwaarde van het loonstamrecht. Daarom is de reservewaarde van een zuiver loonstamrecht gelijk aan de op basis van de oorspronkelijke tariefgrondslagen bepaalde actuariële waarde van de toekomstige periodieke uitkeringen. Door de reservewaarde te vermeerderen met de teveel in rekening gebrachte (doorlopende) kosten en te verminderen met de nog niet in rekening gebrachte kosten en de royementskosten kan de afkoopwaarde worden bepaald.

Nadere beperkingen afkoopwaarde
Indien het actuele tarief voor identieke overeenkomsten op het moment van afkoop gunstiger is dan het voor de bestaande stamrechtovereenkomst gehanteerde tarief, zal een onafhankelijke verzekeraar de afkoopwaarde beperken tot het bedrag van de lagere actuele koopsom. De verzekeraar zal willen voorkomen dat verzekeringnemers bestaande overeenkomsten oversluiten naar een nieuwe identieke overeenkomst om te kunnen profiteren van het actuele gunstiger tarief. In dat geval is de afkoopwaarde dus niet gelijk aan de reservewaarde vermeerderd met de teveel in rekening gebrachte (doorlopende) kosten en verminderd met de nog niet in rekening gebrachte kosten en de royementskosten, maar is de afkoopwaarde gelijk aan het bedrag van de lagere actuele koopsom voor identieke overeenkomsten.

Zowel voor gerichte- als voor zuivere loonstamrechten geldt dat een meetbaar verminderde, gezondheidstoestand van de verzekerde invloed heeft op de hoogte van de afkoopwaarde. Een onafhankelijke verzekeraar zal zich geen mogelijke sterftewinst willen laten ontgaan. Bij een meetbaar verminderde gezondheidstoestand van de verzekerde zal een onafhankelijke verzekeraar daarom niet bereid zijn tot afkoop over te gaan, dan wel zal de verzekeraar de afkoopwaarde verlagen. Tussen onafhankelijke partijen is het gebruikelijk dat de invloed van een verminderde gezondheidstoestand op de afkoop wordt vastgesteld aan de hand van een door een onafhankelijke verzekeringsarts uit te voeren gezondheidskeuring.