Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 14-005 d.d. 31 januari 2017.

Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, achtste lid, Wet op de loonbelasting 1964

Inbouw AOW-uitkering bij lager dan fiscaal maximaal opbouwpercentage (Vraag & Antwoord 14-005 d.d. 160915)

Vraag
Wat is het bedrag van de in te bouwen AOW-uitkering indien voor de pensioenopbouw wordt uitgegaan van een lager dan fiscaal maximaal pensioenopbouwpercentage?

Antwoord
In artikel 18a, achtste lid, van de Wet LB is bepaald dat voor het toetsen van de fiscale pensioenmaxima voor elk meetellend dienstjaar rekening gehouden moet worden met een evenredig deel van de AOW-uitkering voor een gehuwde. Het bedrag van de jaarlijkse AOW-inbouw moet zodanig worden vastgesteld dat de volledige AOW-uitkering wordt ingebouwd in de opbouwperiode van het volledige ouderdomspensioen (vanaf 1 januari 2015 75% van het gemiddeld genoten loon). Het bedrag van de jaarlijkse AOW-inbouw is door de wettelijke systematiek afhankelijk van het gehanteerde opbouwstelsel en opbouwpercentage.

Vanaf 1 januari 2015 geldt voor de fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw het uitgangspunt dat een volledig ouderdomspensioen van 75% van het gemiddeld genoten loon in ten minste 40 jaar kan worden opgebouwd. Dit uitgangspunt geldt ongeacht het gehanteerde pensioenopbouwstelsel. Zowel voor de pensioenopbouw in een middelloon-, eindloon- en beschikbare-premiestelsel geldt dat bij het benutten van de fiscaal maximale jaarlijkse opbouwruimte jaarlijks 1/40-deel van de AOW-uitkering moet worden ingebouwd.

Indien voor de pensioenopbouw wordt uitgegaan van een lager opbouwpercentage dan maximaal toegestaan, kan bij het hanteren van de inbouwmethode de jaarlijkse inbouw van de AOW-uitkering worden verlaagd op basis van de volgende formule:

pensioenopbouwpercentage

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

*

AOW-uitkering

40 * fiscaal maximaal opbouwpercentage in gehanteerd opbouwstelsel

Indien bij pensioenopbouw op basis van het beschikbare-premiestelsel niet de fiscaal maximale ruimte wordt gebruikt, kan de inbouw van AOW naar evenredigheid worden toegepast. Hierbij dient de in de beschikbare-premieregeling benutte opbouwruimte te worden afgezet tegen de fiscaal maximale opbouwruimte. Voor premiestaffels op basis van een middelloonstelsel (zoals het geval is in de premiestaffels van het besluit van 17 december 2014, nr. BLKB2014/2132M, Staatscourant 2014, nr. 36872) moet de benutte ruimte worden afgezet tegen de fiscaal maximale opbouwruimte in een middelloonregeling. Voor premiestaffels op basis van een eindloonstelsel moet de benutte ruimte worden afgezet tegen de fiscaal maximale opbouwruimte in een eindloonregeling.

Indien de jaarlijkse inbouw van de AOW-uitkering plaatsvindt op basis van de franchisemethode hoeft er bij een lager opbouwpercentage geen correctie van de AOW-franchise plaats te vinden. In de franchisemethode wordt het bedrag van de AOW-inbouw automatisch afgestemd op het gehanteerde pensioenopbouwpercentage. Vraag & Antwoord 14-006 gaat nader in op de AOW-franchise vanaf 1 januari 2015.