Artikel 18a, artikel 18b en artikel 18c Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, achtste lid, artikel 18b, eerste lid, en artikel 18c, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964

Samenloop tegemoetkomingen partner- en wezenpensioen op risicobasis (Vraag & Antwoord 14-011 d.d. 120615)

Inleiding
In onderdeel 2.6 van het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M is een tegemoetkoming opgenomen voor het partner- en wezenpensioen op risicobasis bij samenloop van de middelloon- en eindloonfranchise in n pensioenregeling. Het besluit keurt voor de jaren 2015 tot en met 2017 goed dat in combinatie-pensioenregelingen voor een op risicobasis verzekerd partner- of wezenpensioen volgens het eindloonstelsel wordt uitgegaan van de AOW-franchise voor het middelloonstelsel. Voor de goedkeuring geldt wel de voorwaarde dat de pensioengrondslag voor dit partner- of wezenpensioen op risicobasis wordt bepaald op basis van ten hoogste het pensioengevend loon op het moment van overlijden van de werknemer.

In onderdeel 2.3 van het besluit van 23 september 2014 is nog een andere tegemoetkoming opgenomen voor op risicobasis verzekerd partner- en wezenpensioen. In dat onderdeel van het besluit is toegestaan dat bij een partner- en wezenpensioen op risicobasis over de pensioengevende dienstjaren vr een inperking van het fiscale pensioenkader kan worden uitgegaan van de eerder bestaande fiscale pensioenopbouwruimte.

Vraag
Kan de tegemoetkoming van onderdeel 2.6 van het besluit voor het partner- en wezenpensioen op risicobasis bij samenloop van de middelloon- en eindloonfranchise in n pensioenregeling gecombineerd worden met de tegemoetkoming van onderdeel 2.3 van het besluit ten aanzien van de omvang van het partner- en wezenpensioen op risicobasis na een inperking van de fiscale ruimte voor pensioenopbouw?

Antwoord
Nee, de goedkeuring ten aanzien van de AOW-franchise voor het op risicobasis verzekerde partner- en wezenpensioen van onderdeel 2.6 van het besluit kan niet gecombineerd worden met de in onderdeel 2.3 van het besluit opgenomen tegemoetkoming voor partner- en wezenpensioen op risicobasis na een inperking van het fiscale pensioenkader. Onderdeel 2.6 van het besluit beperkt de goedkeuring voor de te hanteren AOW-franchise tot de jaren 2015 tot en met 2017. De goedkeuring is alleen van toepassing voor de pensioenopbouw onder het per 1 januari 2015 geldende fiscale pensioenkader en geldt dus niet voor de eerdere fiscale pensioenregimes.

Bovendien zou het toepassen van de tegemoetkoming van onderdeel 2.6 over de jaren vr 2015 er toe leiden dat de ruimte voor het toe te zeggen partner- en wezenpensioen op risicobasis groter zou zijn dan de in die jaren in pensioenregelingen met een kapitaalgedekte pensioenopbouw benutte ruimte. Tot 2015 waren er weinig tot geen pensioenregelingen waarin onderscheid werd gemaakt in de AOW-franchise voor de opbouw van het ouderdomspensioen op basis van het middelloonstelsel en de opbouw van het partner- en wezenpensioen op basis van het eindloonstelsel. Nagenoeg alle pensioenregelingen hanteerden tot 2015 voor de totale pensioentoezegging de op het eindloonstelsel afgestemde AOW-franchise. Ook vanuit dat oogpunt ligt het niet voor de hand dat de tegemoetkomingen in de onderdelen 2.3 en 2.6 van het besluit gecombineerd zouden kunnen worden. Onderdeel 2.3 van het besluit beoogt een benadeling van op risicobasis verzekerd partner- en wezenpensioen ten opzichte van opgebouwde, kapitaalgedekte pensioenen tegen te gaan. Het is niet de bedoeling dat de ruimte voor partner- en wezenpensioen op risicobasis groter wordt dan de benutte ruimte voor opgebouwde, kapitaalgedekte partner- en wezenpensioenen.