Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18b Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18c Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18d Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18f Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 3.126a Wet inkomstenbelasting 2001

Wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen; Overige fiscale pensioenmaatregelen en beleggingsondernemingen als toegelaten aanbieders voor lijfrenteproducten (Vraag & Antwoord 16-004 d.d. 221216)

Vraag
Het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (Kamerstukken 34 555) bevat naast het voorstel om het pensioen in eigen beheer uit te faseren ook nog enkele andere voorgestelde maatregelen met betrekking tot de fiscale behandeling van pensioen. Deze in artikel III, onderdelen A t/m F, N en Q, van het wetsvoorstel opgenomen overige fiscale pensioenmaatregelen zijn:

Verder worden in artikel I, onderdelen A, G, H, J, L, M en Q, van het wetsvoorstel enkele wijzigingen van de Wet inkomstenbelasting 2001 voorgesteld in verband met het opnemen van beleggingsondernemingen als toegelaten aanbieders voor lijfrenteproducten.

De beoogde ingangsdatum van de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen is 1 januari 2017. De stemming over het wetsvoorstel in de Eerste Kamer was voorzien voor 20 december 2016. De Staatssecretaris van FinanciŽn heeft in zijn brief van 20 december 2016 (Kamerstukken I 2016/17, 34 555, B) de Eerste Kamer in overweging gegeven de stemming over het wetsvoorstel uit te stellen. De Eerste Kamer heeft dienovereenkomstig besloten. Hierdoor treden de maatregelen van het wetsvoorstel niet op 1 januari 2017 in werking. Betekent dit dat vanaf 1 januari 2017 ook geen gebruik kan worden gemaakt van de in het wetsvoorstel voorgestelde overige fiscale pensioenmaatregelen en van de wijzigingen inzake het opnemen van beleggingsondernemingen als toegelaten aanbieders voor lijfrenteproducten?

Antwoord
Nu het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen nog niet is aangenomen door de Eerste Kamer, worden de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen niet ingevoerd op de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2017. In de brief van de Staatssecretaris aan de Eerste Kamer van 20 december 2016 is echter aangegeven dat in de voor het wetsvoorstel in te dienen novelle in terugwerkende kracht zal worden voorzien voor de overige pensioenmaatregelen die in het wetsvoorstel zijn opgenomen. Hieruit blijkt dat het nog steeds de bedoeling is dat de voorgestelde overige fiscale pensioenmaatregelen vanaf 1 januari 2017 toegepast kunnen worden.

Gezien deze uitzonderlijke situatie zal de Belastingdienst in afwachting van het indienen en de behandeling van de novelle vanaf 1 januari 2017 voor het toezicht op de toepassing van de fiscale pensioenregels uitgaan van de met terugwerkende kracht in te voeren overige fiscale pensioenmaatregelen zoals opgenomen in artikel III, onderdelen A t/m F, N en Q, van het wetsvoorstel voor de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen.

Ook voor de in artikel I, onderdelen A, G, H, J, L, M en Q, van het wetsvoorstel voorgestelde wijzigingen van de Wet inkomstenbelasting 2001 in verband met het opnemen van beleggingsondernemingen als toegelaten aanbieders voor lijfrenteproducten geldt dat de Belastingdienst vanaf 1 januari 2017 voor het toezicht op de toepassing van de betreffende regels zal uitgaan van de voorgestelde maatregelen. Beleggingsondernemingen in de zin van de Wet op het financieel toezicht die hiervan gebruik willen maken, dienen in de periode waar de wet nog niet is aangepast wel over een aanwijzing als toegelaten aanbieder te beschikken, als bedoeld in artikel 3.126a, tweede lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Voor de andere in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen in het kader van de uitfasering van het pensioen in eigen beheer geldt deze benadering uitdrukkelijk niet. Voor de toepassing van die maatregelen zal men moeten wachten tot het moment dat het wetsvoorstel definitief is ingevoerd.