Artikel 38n Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 38p Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 38n, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 38p, eerste en tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964

Ouderdomspensioen met uitgestelde pensioeningangsdatum omzetten in oudedagsverplichting (Vraag & Antwoord 17-019 d.d. 221117)

Inleiding
Op 1 april 2017 zijn de maatregelen van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen in werking getreden (kamerstukken 34 555 en 34 662). Volgens het ingevoerde artikel 38n van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) is het vanaf 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 mogelijk om het volledige in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen of om te zetten in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Op het moment van de afkoop of omzetting mag de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak fiscaal geruisloos worden prijsgegeven voor zover de waarde in het economische verkeer van die aanspraak hoger is dan de fiscale balanswaarde van de tegenover die aanspraak staande pensioenverplichting.

Vraag
Een BV heeft aan de dga een ouderdomspensioen toegezegd. Het pensioen is volledig in eigen beheer verzekerd. De dga heeft de ingangsdatum van de pensioenuitkeringen uitgesteld tot de datum waarop hij de 70-jarige leeftijd zal bereiken. De dga wil de pensioenaanspraak omzetten in een ODV. Bij het omzetten van de pensioenaanspraak in een ODV is de dga 689/12 jaar. De AOW-uitkeringen van de dga zijn ingegaan op de leeftijd van 651/12 jaar. De ODV wordt door de BV in eigen beheer afgewikkeld.

Wanneer moeten de ODV-uitkeringen ingaan en wat is de uitkeringsperiode van de ODV?

Antwoord

Ingangsdatum
Indien een pensioenaanspraak meer dan 2 maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd wordt omgezet in een ODV, moet de eerste ODV-termijn volgens artikel 38p, tweede lid, onderdeel a, ten derde, Wet LB direct na het omzetten worden uitgekeerd. Op het moment dat de dga de pensioenaanspraak omzet in de ODV ontvangt hij al enkele jaren een AOW-uitkering. Dit betekent dat de eerste ODV-termijn in dit geval direct na het omzetten moet worden uitgekeerd.

Uitkeringsperiode
Als hoofdregel geldt voor de ODV een uitkeringsperiode van 20 jaar. Artikel 38p, tweede lid, onderdeel a, ten derde, Wet LB bepaalt echter dat hiervan wordt afgeweken indien de pensioenaanspraak meer dan 2 maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd wordt omgezet in een ODV. In dat geval wordt de periode van 20 jaar verminderd met de periode gelegen tussen het uitkeren van de eerste ODV-termijn en de AOW-leeftijd. Op het moment dat de dga de eerste ODV-termijn ontvangt, is hij 689/12 jaar. De dga heeft de AOW-leeftijd 38/12 jaar eerder bereikt. De ODV moet dan worden uitgekeerd gedurende: 20 -/- 38/12 = 164/12 jaar in termijnen met een gelijke tussenperiode van ten hoogste een jaar. In Vraag & Antwoord 17-029 wordt nader ingegaan op de uitkeringsperiode van de ODV.