Deze versie van het V&A is vervangen door Vraag & Antwoord 17-025 d.d. 8 juni 2018.

Artikel 38n Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 38n, vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964

Instemming (gewezen) partner met afkopen of omzetten in oudedagsverplichting van pensioen in eigen beheer (Vraag & Antwoord 17-025 d.d. 020617)

Inleiding
Volgens het op 1 april 2017 ingevoerde artikel 38n van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) is het tot en met 31 december 2019 mogelijk om het volledige in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen of om te zetten in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Bij volledige afkoop of omzetting in een ODV kan de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak worden prijsgegeven voor zover de waarde in het economische verkeer van die aanspraak hoger is dan de fiscale balanswaarde van de bij het eigenbeheerlichaam tegenover die aanspraak staande pensioenverplichting op het moment van prijsgeven. Indien de DGA een partner heeft in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet (hierna: PW), is prijsgeven, afkopen of omzetten in een ODV als bedoeld in artikel 38n, tweede lid, Wet LB, volgens het vierde lid van dat artikel uitsluitend mogelijk met schriftelijke instemming van de partner. Een eventuele gewezen partner moet schriftelijk instemmen met dit prijsgeven, afkopen of omzetten in een ODV wanneer de gewezen partner recht heeft behouden op een deel van de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak.

Zonder de schriftelijke instemming van de instemmingsgerechtigde (gewezen) partner is het prijsgeven, afkopen of omzetten in een ODV van de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 38n, tweede lid, Wet LB, niet mogelijk. De instemming blijkt uit het ondertekenen van het informatieformulier door de instemmingsgerechtigde (gewezen) partner.

Vraag
Wie is instemmingsgerechtigde partner dan wel instemmingsgerechtigde gewezen partner in de zin van artikel 38n, vierde lid, Wet LB?

Antwoord

Instemmingsgerechtigde partner
De instemmingsgerechtigde partner van de DGA als bedoeld in artikel 38n, vierde lid, Wet LB is de echtgenoot of geregistreerde partner van de DGA dan wel de partner in de zin van de tussen de DGA en zijn BV gesloten pensioenovereenkomst. Voldoet de partner van de DGA aan deze definitie dan is prijsgeven, afkopen of omzetten in een ODV van de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 38n, tweede lid, Wet LB slechts mogelijk indien de partner daarmee instemt. In dat geval zal de partner het bij de Belastingdienst in te dienen informatieformulier mede moeten ondertekenen.

In artikel 38, vierde lid, Wet LB wordt voor de invulling van het begrip ‘partner’ verwezen naar artikel 1 PW. Volgens artikel 1 PW wordt onder een partner verstaan: echtgenoot, geregistreerde partner of partner in de zin van de pensioenovereenkomst. Het voorgaande heeft tot gevolg dat echtgenoten en geregistreerde partners van DGA’s instemmingsgerechtigd zijn ingeval van het fiscaal gefacilieerd prijsgeven in verband met de afkoop of omzetting in een ODV van een in eigen beheer verzekerd pensioen. De instemming van een niet geregistreerde partner is slechts vereist indien deze partner voldoet aan de definitie van partner in de tussen de DGA en zijn vennootschap gesloten pensioenovereenkomst.

In de Memorie van toelichting (kamerstukken 34 555, nr. 3, p. 9) is hierover het volgende opgemerkt:
Het wetsvoorstel voorziet in de voorwaarde dat die partner uitdrukkelijk moet instemmen met de door de dga beoogde beëindiging van het PEB. Met deze voorwaarde worden primair de rechten van de partner beschermd terwijl tegelijkertijd wordt zeker gesteld dat de partner zich bewust is van de gevolgen van het afstempelen van de pensioenaanspraak, gevolgd door een afkoop of een omzetting in een oudedagsverplichting. Voor het partnerpensioen is in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding reeds geregeld dat een dga hierover geen afspraken kan maken zonder toestemming van de partner. Voor het ouderdomspensioen is een dergelijke wettelijke bepaling er echter niet. Om die reden wordt voorgesteld een dergelijke voorwaarde nu in de wet op te nemen.

Ingeval een niet gehuwde en niet geregistreerde partner van de DGA evenwel geen recht heeft op (een deel van) de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak, is de schriftelijke instemming van deze partner niet vereist. Dit is als volgt bevestigd in de Nota naar aanleiding van het verslag (kamerstukken 34 662, nr. 5, p. 9):
De leden van de fractie van het CDA vragen welke partner(s) mee moet(en) tekenen op het zogenoemde informatieformulier en hoe eenvoudig het is om deze partners op te sporen en te laten tekenen. De partner en de eventuele ex-partner(s) die nog steeds recht hebben op een deel van de aanspraak moeten het informatieformulier tekenen. … Familieleden, vrienden en relaties waarvoor geen pensioentoezegging is gedaan, dan wel geen recht op (partner)pensioen meer bestaat, hoeven dan ook niet mee te tekenen.

Instemmingsgerechtigde gewezen partner
De instemmingsgerechtigde gewezen partner van de DGA is degene die (na scheiding, verbreking van geregistreerd partnerschap of partnerrelatie in de zin van pensioenovereenkomst) gerechtigd is tot (een deel van) het in eigen beheer verzekerde pensioen.

In de tweede volzin van artikel 38n, vierde lid, Wet LB is bepaald dat een schriftelijke instemming van een eventuele gewezen partner voor het prijsgeven, afkopen of omzetten in een ODV als bedoeld in het tweede lid van dat artikel slechts vereist is wanneer de gewezen partner recht heeft behouden op een deel van de pensioenaanspraak. In de artikelsgewijze toelichting (kamerstukken 34 555, nr. 3, p. 34) is dit nog verder verduidelijkt:
Ingeval de werknemer of gewezen werknemer een partner als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet heeft, mag op grond van het vierde lid van genoemd artikel 38n het pensioen in eigen beheer alleen fiscaal geruisloos worden afgestempeld en vervolgens worden afgekocht dan wel omgezet in een oudedagsverplichting met schriftelijke instemming van die partner. Hetzelfde geldt indien de (gewezen) werknemer een gewezen partner heeft die recht heeft gehouden op een deel van het pensioen in eigen beheer in de vorm van een partnerpensioen of een afgeleid recht op een deel van het ouderdomspensioen van de (gewezen) werknemer.

Let op
Als de DGA een partner heeft en één of meerdere ex-partners met recht op een deel van het in eigen beheer verzekerde pensioen, moet voor elk van hen een apart informatieformulier ingevuld en opgestuurd worden. Voor meer informatie over het informatieformulier zie Vraag & Antwoord 17-023.