Artikel 18a Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18b Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 18c Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18a, zevende lid, Wet op de loonbelasting 1964, artikel 18b, eerste en tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 18c, eerste en tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964

Geen samenloop aanwijzing onderdeel 8.7 en goedkeuring onderdeel 10.2 van het besluit van 24 november 2017, nr. 2017-126948 voor partner- en wezenpensioen op risicobasis (Vraag & Antwoord 17-040 d.d. 151217)

Inleiding
In onderdeel 8.7 van het besluit van 24 november 2017, nr. 2017-126948 (het besluit) is een aanwijzing opgenomen voor combinatieregelingen die voor de berekening van de AOW-franchise voor een op risicobasis verzekerd partner- of wezenpensioen volgens het eindloonstelsel uitgaan van de franchisefactor voor het middelloonstelsel. Voor de aanwijzing geldt onder meer de voorwaarde dat de pensioengrondslag voor het partner- of wezenpensioen op risicobasis wordt bepaald op basis van ten hoogste het pensioengevend loon op het moment van overlijden van de werknemer.

In onderdeel 10.2 van het besluit is nog een andere tegemoetkoming opgenomen voor op risicobasis verzekerd partner- en wezenpensioen. In dat onderdeel van het besluit is goedgekeurd dat bij een partner- en wezenpensioen op risicobasis over de pensioengevende dienstjaren vr een inperking van het fiscale pensioenkader kan worden uitgegaan van de eerder bestaande fiscale pensioenopbouwruimte.

Vraag
Kan de aanwijzing van onderdeel 8.7 van het besluit voor regelingen met een partner- en wezenpensioen op risicobasis bij samenloop van de middelloon- en eindloonfranchise in n pensioenregeling gecombineerd worden met de goedkeuring van onderdeel 10.2 van het besluit ten aanzien van de omvang van het partner- en wezenpensioen op risicobasis na een inperking van de fiscale ruimte voor pensioenopbouw?

Antwoord
Nee, de aanwijzing van onderdeel 8.7 van het besluit van combinatieregelingen met een partner- en wezenpensioen op risicobasis bij samenloop van de middelloon- en eindloonfranchise kan niet gecombineerd worden met de goedkeuring van onderdeel 10.2 van het besluit voor partner- en wezenpensioen op risicobasis na een inperking van het fiscale pensioenkader. In de voorwaarden van de aanwijzing van onderdeel 8.7 van het besluit is expliciet bepaald dat er geen sprake mag zijn van samenloop met de goedkeuring uit onderdeel 10.2 van het besluit.

Met de goedkeuring van onderdeel 10.2 van het besluit is het mogelijk om voor een partnerpensioen op risicobasis voor de pensioengevende dienstjaren voor inwerkingtreding van de beperking van de fiscale kaders voor pensioenopbouw, uit te gaan van de fiscale kaders voor pensioenopbouw die vr deze beperking bestonden. Hiermee kan de omvang van een partnerpensioen op risicobasis voor de betreffende jaren op hetzelfde niveau worden vastgesteld als de omvang van een partnerpensioen op opbouwbasis. Voor een dergelijk partnerpensioen op opbouwbasis in een eindloonstelsel moet ook een eindloonfranchise worden gehanteerd. Indien men voor het risico-partnerpensioen op eindloonbasis voor de verstreken dienstjaren zou mogen uitgaan van eerdere fiscale pensioenkaders n van de lagere middelloonfranchise, zou het risico-partnerpensioen voor die jaren hoger uitkomen dan het partnerpensioen op opbouwbasis. Door die samenloop zou de goedkeuring van onderdeel 10.2 van het besluit zijn doel voorbij schieten.