Artikel 18d Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18d, eerste lid, onderdeel a, Wet op de loonbelasting 1964

Vaste indexatie (Vraag & Antwoord 18-008 d.d. 241018)

Vraag
Op grond van artikel 18d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) kunnen een ouderdomspensioen, een partnerpensioen en een wezenpensioen de maxima van de artikelen 18a, 18b en 18c Wet LB overstijgen voor zover dat het gevolg is van het aanpassen van het pensioen aan loon- of prijsontwikkelingen (indexatie).

In de Handreiking indexatie van pensioenen (versie 18 april 2007) is naast de mogelijkheid van indexatie op basis van de opgetreden loon- of prijsontwikkeling ook de mogelijkheid van een vaste indexatie genoemd. In onderdeel 2.3 van de handreiking staat hierover het volgende geschreven: De wettekst biedt ruimte voor een vaste na-indexatie zolang deze een redelijke benadering is van de loon- of prijsindexatie (zie artikel 18d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB). Uit een lange reeks inflatiecijfers over de jaren heen is af te leiden dat een vaste indexatie niet hoger kan zijn dan 3%.

Op welke wijze kan een vaste indexatie vormgegeven worden?

Antwoord

Algemeen
Het toezeggen van een vaste indexatie is alleen toegestaan als deze vaste indexatie een redelijke benadering is van de loon- of prijsindexatie over een reeks van toekomstige jaren. Een vaste indexatie kan dus alleen worden toegezegd over een reeks van jaren en kan alleen worden toegezegd voor toekomstige jaren. Hierbij geldt voorts nog het volgende:

(On)Voorwaardelijke indexatie
Een vaste indexatie wil niet zeggen dat deze vaste indexatie ook onvoorwaardelijk moet worden toegezegd. Een vaste indexatie kan ook voorwaardelijk zijn. Een voorwaardelijke vaste indexatie is mogelijk onder de voorwaarde dat de vaste indexatie alleen wordt verstrekt als de financiŽle middelen van het pensioenfonds daarvoor voldoende zijn.

Een voorwaardelijke vaste indexatie die niet alleen afhankelijk is van de beschikbare financiŽle middelen, maar ook nog van (een) andere voorwaarde(n), bijvoorbeeld een daartoe strekkend afzonderlijk besluit van de werkgever of het pensioenfondsbestuur, is fiscaal niet toegestaan. Een (vaste) indexatie die afhankelijk is van een daartoe strekkend besluit van de werkgever of het pensioenfondsbestuur wordt feitelijk jaarlijks vastgesteld en is daarom fiscaal gemaximeerd tot de daadwerkelijk opgetreden loon- of prijsontwikkeling.